“Ik heb altijd geluisterd naar verhalen van anderen. Nu had ik zelf iets te vertellen.”

Danny Kuiper is spoken word-artiest en als mede-organisator van Onuitgesproken en Losse Eindjes een van de aanjagers van de Eindhovense scene. Zijn boterham verdient hij met een totaal andere tak van sport: hij werkt als eerste beveiliger in de functie van Hondengeleider voor de Defensie Bewakings- en Beveiligingsorganisatie. Onlangs bracht hij deze werelden samen met een voordracht tijdens de jaarlijkse Herdenking voor Brabantse gesneuvelden in Waalre.

Tussen herinneren en herdenken; een laatste post luidt de titel van het stuk, waarin hij verwijst naar het signaal dat bij militaire herdenkingen en begrafenissen wordt gespeeld. Tijdens het schrijven ervan putte Danny uit de herinneringen aan zijn uitzending naar Afghanistan in 2008: ‘Er ligt altijd veel nadruk op WOI en WOII en dat snap ik, dat is enorm belangrijk. Maar met mij hebben ze ook een gezicht willen geven aan de militaire inzetten van de afgelopen jaren. Afghanistan, Mali; er zijn genoeg conflicten geweest waar we ingezet zijn, maar die verhalen hoor je niet vaak. Je hoort in Nederland niet ál het nieuws en wat je erover hoort, is vaak negatief. Ik heb het idee dat we er niet voor niks zijn geweest, maar ik denk wel dat we te gehaast zijn vertrokken. Anderzijds kun je niet eeuwig in een land blijven om daar de zogenaamde vrede te bewaken.’

Danny weegt zijn woorden. ‘Er wordt bij herdenkingen wel gesproken over recentere militaire inzet, maar er wordt weinig beeld aan gegeven. Misschien omdat mensen er lamgeslagen door zijn?’ Er valt een stilte. ‘Ik denk dat er meer gesproken zou mogen worden over wat dat heeft aangericht bij de mensen zelf.’

Een andere, maar harde wereld

Van oktober 2008 tot eind januari 2009 verbleef Danny in Kamp Holland in Tarin Kowt, toen nog als Korporaal 1, hondengeleider bij de Koninklijke Luchtmacht. Toen hij weer thuis in Eindhoven was, vond hij het aanvankelijk moeilijk om terug te zijn: ‘Je mist die wereld die zó anders is. Het stramien waarin je leeft, je weet wat je aan elkaar hebt. Je móét het doen met die mensen. We zijn zo gedreven in het aanwijzen van waarin we verschillen, in wie goed en wie fout doet; daar heb je geen tijd voor als je op je tenen loopt omdat er ieder moment een raketaanval kan plaatsvinden. Je moet het doen met mensen die wellicht een hele rechtse of juist linkse gedachtegang hebben. Of mensen die enorm gelovig zijn. Dat er ruimte voor verschil is, maakt je juist een sterke eenheid.’

“Er is geen plek om gecanceld te worden.”

‘Het is wel een harde wereld’, vervolgt Danny. ‘Er worden harde grappen gemaakt, ook grappen die in de gewone maatschappij niet geaccepteerd worden. Ik weet ook niet of ze geaccepteerd horen te worden, maar het gebeurt over en weer en op het moment dat je er samen moet staan, weet je ook dát je er samen staat. Er is geen plek om gecanceld te worden. Als dat soort grappen over en weer gemaakt kunnen worden, weet je dat je in een veilige omgeving zit. Het is ontlading. Je ziet wel eens beelden van het front, waarop tijdens een vuurgevecht wordt gelachen onderling. Voor de buitenwereld lijkt het dan alsof ze er plezier in hebben, maar ze lachen niet omdat ze iemand door hun pan hebben geknald. Het is een zelfbeschermingsmechanisme. Oorlog is niet mooi en ik denk dat veel (ex-)militairen daar zo over denken. Maar er zijn oorlogen en ik geloof niet in een pacifistische oplossing. Je kunt je andere wang toe keren, maar dan word je gewoon ook op je andere wang geslagen. Helaas zit de wereld zo in elkaar. Er zijn grote lelijke mensen nodig om grote lelijke dingen op te lossen. Dat is niet voor iedereen, dat snap ik ook.’

Als Danny alweer even thuis is, komt zijn vader, eveneens net terug van een uitzending naar Afghanistan, in het ziekenhuis te liggen. Op dat moment begint Danny te schrijven: ‘Ik heb een kort gedicht geschreven, in het Engels. Daarna ben ik via Dynamo, waar ik bij het organiseren van punk- en hardcoreconcerten betrokken was, bij Poetry Circle terecht gekomen. Ik vond punk, hardcore en metal tof, maar tekstuele diepgang had ik in hiphop gevonden. Toen hoorde ik Buddy Wakefield, op een track van Sage Francis. Het was geen hiphop, maar wat dan wel? Ik ben me er verder in gaan verdiepen, toen was ik verkocht. Ik heb altijd geluisterd naar verhalen van anderen. Nu had ik zelf iets te vertellen.’

Tussen veteranen-rap en boeken

Veel voorbeelden die aansloten op Danny’s thema’s, kende hij niet: ‘Jedi Mind Tricks schreef wel over oorlog, al had ik het idee dat dat meer grootdoenerij was. R.A. The Rugged Man schreef een stuk over zijn opa die in Vietnam heeft gediend. Maar in Nederland mis ik het wel.’ Desondanks vond Danny in het schrijven zijn weg: ‘Mijn stukken zijn geschreven uit urgentie. Het startpunt is wat ík voel. Het is een vorm van zelfkastijding omdat je jezelf confronteert met gevoelens die niet superfijn zijn. Tegelijkertijd werkt het helend. Ik denk dat het niet anders is dan voor andere schrijvers die over hun problemen praten. Voor mij zijn het ook niet perse alleen problemen. Er zijn overigens wel sprekers die hun verhaal vertellen en een vorm hanteren waar ik ieder geval naar kan kijken, maar in Nederland wordt er weinig kunst rond deze specifieke thema’s gemaakt.’

Terwijl ons Zoomgesprek doorloopt, trekt Danny een paar dichtbundels uit de boekenkast die achter hem staat: ‘Ik heb wel deze bundels waarin de militaire wereld en het schrijven elkaar wel heel erg raken.’ Hij houdt The Constant Battle van J.C. Kurtis in beeld: ‘Ik vind het een opgeblazen, niet zo slimme gast. Hij schrijft aardig, maar het écht poëtische mist.’ Enthousiaster toont hij War… & after; the anthology of poet warriors: Die vond ik heel tof. Hij is uitgebracht door Dead Reckoning Collective. Dat is een platform dat veteranen en actief dienende geüniformeerde beroepen op militair gebied ertoe aanspoort om te gaan schrijven.’

De zoektocht naar de brok in de keel

Voordat Danny Tussen herinneren en herdenken; een laatste post tijdens de herdenking voordroeg, heeft hij het aan zijn ouders laten horen. Dat betekende veel voor hem, te meer omdat zijn vader ook diende. ‘Mijn pa was een militair van de oude stempel. Op jonge leeftijd is hij bij het Korps Mariniers gekomen. Later stapte hij over naar de landmacht. Ik had hem dolgraag bij die herdenking gehad, echt héél graag, maar hij kon dat niet aan. Het is te zwaar voor hem. Hij heeft uitzendingen gedraaid in Bosnië en in Afghanistan. Dat hij daar nu nog steeds niet over kan praten, zegt eigenlijk genoeg. Misschien zegt het iets over de generatie, over de maatschappij en de opvoeding van destijds. Misschien zegt het iets over de cultuur en de sfeer binnen Defensie. En ik vind het moeilijk om te zeggen dat het voor hem zo zwaar is.’

Beeld: Omroep Brabant. Tekst gaat door onder de video

Zodoende zocht hij zijn ouders thuis op nadat hij het stuk geschreven had: ‘Ik heb altijd het idee, en dat is mijn tekortkoming, dat ik niet de reactie krijg van mijn ouders die ik verwacht. Dat is geen eerlijke verwachting, het is meer dat ik bevestiging zoek van mijn vader. Ik wil dat hij het goed vindt, dat het binnenkomt. Mijn vrouw moest me vertellen dat het hem echt wat deed, dat hij een brok in zijn keel had. Dat had ik op dat moment niet gezien. Toen we naar huis reden was ik vooral boos omdat ik niet de reactie kreeg die ik zocht, maar die was er dus wel degelijk.’

Het podium als privilege

Op 14 september 2022 droeg Danny zijn tekst voor in de Willibrorduskerk in Waalre. Zijn inzet was duidelijk: ‘Als één iemand jou gehoord heeft en het is binnengekomen, heb je al gewonnen. Je beoefent een kunst en dat moet je doen in de beste vorm die je in je hebt. Ik blijf altijd terugkomen op wat Brother Ali ooit zei: dat je een podium hebt is een privilege, dus zorg dat je de tijd van je publiek goed besteed. Of het nou met een lach of een traan is, als je één iemand raakt, heb je je taak goed uitgevoerd. Ik vind dat een mooi idee.’

Het mooiste compliment op zijn voordracht kreeg Danny vervolgens van ene Mario. Die had hem op Facebook opgezocht en een bericht gestuurd. Hij maakte er een screenshot van: ‘Ik ben zelf nooit militair geweest, maar ik ken er genoeg binnen de familie die wel gediend hebben. Of ze missies gedaan hebben weet ik niet, maar wat ik wel kan zeggen is dat je toespraak binnenkwam. Misschien juist wel omdat ik geen militair geweest ben. Je liet voelen hoe het is om te leven met de last die een soldaat doormaakt en zometeen bij The Last Post zal ik ook stil zijn en denken aan mijn opa die ik nooit heb gekend.’ Glunderend legt hij zijn telefoon weg. ‘Als ik zo’n reactie krijg, maakt het mij al niet meer uit of er verder iemand geluisterd heeft. Iemand heeft er betekenis in gevonden.’

Credits: Marco Martens (tekst) | Hanneke Wetzer (foto van Danny in het Wu-nsel shirt)