Dat het een gek jaar was hoef je niemand meer te vertellen. We focussen daarom liever op het feit dat het óók een jaar was waarin ontzettend veel goede muziek uitkwam. Zoveel zelfs, dat wij aan het bespreken van veel van onze favoriete platen niet eens zijn toegekomen. Wat het album van het jaar was, was in juni al duidelijk, en die call maakten we dus ook toen al. Maar al die geweldige platen waar de (Nederlandse) muziekpers haar schijnwerper nog maar mondjesmaat op gericht had? Moesten we daar dan niet gewoon het thema van onze jaarlijst van maken?

We legden onszelf twee regels op: de plaat mocht nog niet eerder op HIJS besproken zijn, en moest natuurlijk een absolute hoogvlieger zijn. De Wekdienst: 20 platen waar in 2020 op geslapen is is na veel wikken en wegen het resultaat. We tellen deze week elke dag verder af naar nummer één, en beginnen met de nummers 20 t/m 16.

20. Grip – PROBOSCIDEA

In de introtrack van zijn tweede EP van 2020 legt Grip meteen uit waarom die de eerste vier weken na de release enkel via Bandcamp te koop was. De jonge ATLien beseft maar al te goed de waarde van zijn muziek. Met een felle rapstijl pakt hij iedere onorthodoxe productie van TU! aan, wiens sample game ook op een belachelijk niveau zit. Lang niet elke bar komt aan, maar ze ademen allemaal een bepaalde honger. Hoogtepunt is zijn de double time-flows die hij neerlegt in Grip 3:16 waarna Kenny Mason en J.I.D de estafettestok overpakken om net zo snel door te rennen.

PROBOSCIDEA is onze kennismaking met een rapper die niet genoeg heeft aan een kwartiertje. Want voor een rapper die zó hongerig uit de kooi wordt losgelaten, laat hij net te weinig achter voor de evenhongerige liefhebbers. Alsof na een hapje van oma’s appeltaart je punt voor je neus wordt weggehaald en weer in de koelkast wordt gezet. Met een slot erop uiteraard. — Bowie

19. JME – Grime MC

Grime had opnieuw een goed jaar. Zo bracht Footsie met No Favours na grofweg twintig jaar zijn eerste soloalbum uit, en leverde D Double E met DON eveneens een prima plaat af. Wat de albums van beide Newham Generals bovendien gemeen hebben, is een uitstekende feature van JME. Die bracht technisch gezien aan het einde van 2019 zijn album Grime MC al als limited edition fysieke plaat uit, maar zette het in de zomer van 2020 pas op de streamingdiensten.

Op openingstrack ’96 of My Life kon vanaf toen iedereen horen hij hoe hij als jonkie met een Nokia in de regen stond, zich afvragend hoe de rappers van Heartless Crew er in het echt uitzagen. Wat volgt is een album dat een klein uur lang dezelfde jonge honden-energie heeft als toen de eerste Playstation als beatmachine gebruikt werd, maar dan gespit met de superieure techniek van een gedreven veteraan die vol persoonlijke anekdotes zit. Probeer het geheel maar eens af te spelen zonder op de beste manier een vies gezicht te trekken. Fysiek onmogelijk. — Jaap

18. Elcamino & 38 Spesh – Martyr’s Prayer

Wie een plaat van Elcamino opzet zal het niet verbazen dat de rapper uit Buffalo, New York komt. Soul loops en straatraps barstensvol zelfvertrouwen blijken ook voor rappers in de periferie van Griselda een gouden recept. Met beatmaker 38 Spesh bewijst hij op Martyr’s Prayer over een uitstekende chemie te beschikken.

De intro is een ‘gebed’ voor de “bitch ass n*ggas that don’t know what they doing”. De beatmaker zet er een loom tokkelende gitaar onder die niet zou misstaan in een scène waarin een jonge Richard Roundtree als casanova optreedt. In kort maar krachtige salvo’s vertellen zij vervolgens verhalen waarin nasmeulende pistoollopen en vet aangezette katholieke symboliek elkaar nooit lang ontwijken. Coppola en Pacino voor je oren, maar dan met een scheut Kool G Rap voor de goede orde. — Jaap

17. Berry – Exact

Denk een mix van de meest lome beats en de traagste rapper mogelijk. Slaapverwekkend? Allerminst. Droog? Dat wel: “We hebben geen tijd, schrijf tot ’s avonds laat / Geef mij een beetje cash, drop een nieuwe plaat.” Exact, het tweede album van Berry van 2020, klinkt alsof je tot diep in de nacht in een Brussels appartement vertoeft. In de hoek zit Royaz de enige na de andere stoffige drumloop te vergruizen, terwijl Berry een kush-joint oplicht op de bank. Na elke hijs schrijft hij een paar regels. Zijn raps zijn ongefilterd en veel denkt hij niet erover na. Doorstrepen gebeurt dan ook niet. Er wordt geproost met whisky, terwijl de volgende jazz-samples alweer worden gechopt.

Maar sip niet de ganse fles, want dan wordt er gemoonwalkt. Dat is zonde van de tijd, want in die tijd dat je geen pen in je handen hebt, had er alweer een tape klaar kunnen zijn. Daar gaat de deurbel! Het zijn Stikstof-rappers en stadsgenoten Jazz en Guy, die langskomen voor fijne featurings op de laid-back producties. Pianoriedels, koperblazers en strijkers toppen het geheel af. Een album voor de art! — Bowie

16. Alchemist – The Food Villain

Soloalbum The Food Villain lijkt te beginnen als een overwinningsronde voor Alchemist, maar blijkt snel heel iets anders te zijn. Tijdens de opnames van TV-programma Fuck, That’s Delicious nam Action Bronson zowel kijkers als tourgenoten Meyhem Lauren en Alchemist mee op culinair avontuur over de wereld, vaak tot groot chagrijn van die laatste. De fenomenale beatmaker heeft het smaakpalet van een moeilijke vijfjarige, en wordt daar zonder ophouden over gedold door zijn Bourgondische reisgenoten. Zij vinden hem een ‘Food Villain’. Een titel die hij met trots draagt, terwijl hij de gourmetmaaltijden die zij hem presenteren genadeloos neersabelt met opmerkingen als “it tastes like air freshener.”

Vijftien instrumentale tracks (en één met een korte verse van Bronson) worden gelardeerd met vocale samples uit de show, kookprogramma’s en van diverse film villains. Het levert een perfecte rode draad op waarin frustratie en hilariteit elkaar afwisselen, tot genot van de luisteraar. Die hoort Meyhem Lauren tot de conclusie komen dat Alchemist eigenlijk nergens in geïnteresseerd is als het niks met sigaretten of drummachines te maken heeft, en plukt de zoete vruchten van dat laatste. — Jaap

Meer Achtergronden