Binnenkort verschijnt er vanuit Kunstfactor een publicatie over de stand van zaken in de Nederlandse hiphopscene. Het rapport beschrijft de mogelijkheden die jongeren tegenwoordig hebben om met hiphop bezig te zijn en biedt vanuit verschillende invalshoeken een interessante visie op de volwassenheid en groei van de scene.

In de aanloop naar de release van deze publicatie lichten we elke 2 weken alvast een tipje van de sluier op. In de tweede van deze reeks van 4 artikelen belichten we de vraag “Wat heeft hiphop nodig om te kunnen groeien, zowel qua infrastructuur als qua mentaliteit?”.

Zoals je vorige keer hebt kunnen lezen, ergeren veel hiphoppers zich aan de zogenaamde “welzijnshiphop” en zien zij dit als een belemmering. Zij zouden graag zien dat hiphop als kunstvorm en subcultuur wordt geaccepteerd door de gevestigde orde en dat er een professionaliseringsslag wordt gemaakt. Wat is daar volgens de scene voor nodig?

Rotterdam is volgens velen dé hiphopstad van Nederland. In de havenstad speelt het HipHopHuis een grote rol. Zij worden door velen gezien als boegbeeld van de scene en verzorgen workshops en lessen. Toch is volgens Aruna Vermeulen van het HipHopHuis hiphop nog niet zichtbaar genoeg: “Dansgezelschappen worden pas voor volwaardig aangezien als ze ‘officieel’ zijn, maar de basis van de scene zijn de crews. Leden van crews geven bijvoorbeeld aan de lopende band workshops op scholen. Dat is voor de buitenwereld niet zichtbaar en er zit ook geen structuur in, maar het gebeurt wel.” Ook Winne vindt dat de scene zichtbaarder moet worden: volgens hem is 70% van wat er op rapgebied gebeurt onzichtbaar, omdat jongeren thuis of bij vrienden een studio hebben en daar hun repetities houden en demo’s opnemen. Niemand die dus ziet hoe creatief die gasten eigenlijk bezig zijn.

Wat we in Rotterdam zien, geldt ook voor Den Haag. Frankie McCoy van Stichting Udbam wil dat hiphop serieus genomen wordt en wil het daartoe zichtbaarder maken voor een groot publiek. Zij wil daarom een hiphopfestival in het centrum van Den Haag gaan opzetten: “Deze cultuur mag niet verloren gaan, er is meer aandacht voor nodig. Iedere muziekstijl heeft wel een eigen festival, maar hiphop of urban blijft achter.” Om dit te bereiken wil McCoy samenwerken met andere organisaties zoals Stichting Aight, PIP, Musicon en Stiching Net Een Beetje Meer. McCoy: “De hiphop is onzichtbaar in Den Haag, omdat het te gefragmenteerd is. De scene moet meer samenwerken, pas dan kunnen we iets bereiken.”

Behalve aan zichtbaarheid, ontbreekt het volgens velen ook aan professionaliteit binnen de scene. Hiphop is natuurlijk nog een relatief jonge cultuur. Daarom hebben hiphoppers nog weinig voorbeelden om zich aan op te trekken en worstelen ze met de traditionele rockcultuur bij podia en studio’s. Ook van de zakelijke kant hebben talenten over het algemeen weinig verstand. Met vragen als ‘hoe zet ik een stichting op?’, ‘hoe vraag ik subsidies aan?’ en ‘hoe moet ik netwerken?’ kunnen jongeren met een culturele interesse vaak nergens terecht.


Onopvallend Vet. Foto door Nomar Fats.

Mike de Wit van Definitie Van Dopeheid (DVD) werkt met jong talent voor Onopvallend Vet*, het kleine broertje van DVD, en weet dan ook als geen ander dat het vaak schort aan zakelijkheid. “De meeste beginnende artiesten hebben geen rider en communiceren slecht met de geluidstechnici. Die zijn nu eenmaal vaak op rock georiënteerd en weten niet wat een hiphop optreden nodig heeft. Ook simpele dingen als een VAR of een paspoort ontbreken vaak, evenals de juiste promotie voor een optreden. Volgens De Wit kunnen artiesten bovendien veel meer doen om voor inkomsten te zorgen, zoals merchandise en CD’s verkopen tijdens een optreden. Voor al deze zaken moet meer begeleiding komen.”

Ook Gert-Jan Nabuurs van http://hiphopworkshops.com constateert dit gebrek aan professionaliteit in de scene. Hij merkt op dat podia vaak ook geen zin meer hebben om risico te nemen met hiphop acts. De ervaring leert immers dat deze vaak te laat komen of dronken op het podium staan. De hiphopscene maakt het zichzelf moeilijk in dit opzicht. Juist hierom is er ook meer coaching nodig: serieuze artiesten moet worden bijgebracht hoe zich te gedragen zodat ze de volgende keer terug mogen komen.

Verder ontbreekt het jong talent vaak aan mogelijkheden om podium- en studio-ervaring op te doen. Nabuurs: “Er zijn twee labels die de dienst uitmaken (Top Notch en Noah’s Ark red.), en als je daar niet bij zit, kom je heel moeilijk binnen. Poppodia conformeren zich vaak aan boekingskantoren, waardoor ze geen eigen baas meer over de programmering zijn. Ze gaan ook steeds minder actief op zoek naar acts, zodat de programmering overal zo’n beetje dezelfde is. Op de korte termijn is dat misschien niet erg, maar op de lange termijn gaat deze industrie zichzelf in de vingers snijden. Als beginnende acts geen kans meer krijgen, stopt de aanvoer.”

Ook bij NoLimit in Amsterdam Zuidoost valt op dat de aansluiting ontbreekt. Volgens Angelo Bromet worden jongeren soms zo uit de buurthuizen geplukt door talentenscouts van podia als De Melkweg en Paradiso. Eigenlijk is dit een veel te grote stap. “Het is natuurlijk leuk als je op een groot podium mag staan, maar het zou beter voor de jongeren zijn om eerst een traject van talentontwikkeling af te leggen.” Wat Bromet betreft is er dan ook behoefte aan meer cohesie tussen de verschillende instellingen en zou er gebouwd moeten worden aan een stedelijk, landelijk of zelfs Europees traject voor talentontwikkeling, zodat jongeren die genoeg kwaliteit bezitten op tour kunnen langs festivals en evenementen.

* Dit interview is afgenomen voordat bekend werd dat Mike stopt met zijn hiphop producties.

Lees hier het eerste artikel uit de reeks

Meer Achtergronden