Er zit een comfortabele warmte in de manier waarop de Londense JGreyy haar nummers schrijft en opneemt. En in gesprek met haar via Zoom, roept ze al snel zo’n zelfde gevoel op. Of dat ze nu vertelt over de intimiteit in haar geluid, waarom ze zich niet op een genre toelegt en hoe ze terechtkwam op het laatste soloalbum van Madlib. JGrrey: “Ik probeer het idee in te bedden dat ik kan maken wat ik maar wil.”

Het was voor het internationale publiek inderdaad een introductie, toen de Zuid-Londense zangeres JGrrey het podium op stapte van het BBC Music Introducing podium op het Glastonbury festival in 2019. En aangezien ze tot die dag zelf nog nooit op een festival geweest was, ging die introductie twee kanten op. Sindsdien is ze heel Europa doorgereisd samen met Billie Eilish als voorprogramma van haar tour, werkt ze aan een indrukwekkend gevarieerde discografie, en kwam ze, geheel tot haar eigen verbazing, op Madlib’s alom gewaardeerde album Sound Ancestors terecht.

“Holy fuck, dat ben ik!”

Toen een fan haar een bericht stuurde met de tekst ‘Ben jij dit?’ en een link naar de tweede track op Madlib zijn meest recente soloalbum dacht ze in eerste instantie “Dat is Madlib, no way”. Toen luisterde ze naar The Call, waarin de drums en staccato orgeltonen direct gezelschap krijgen van een vocale sample van een lachende vrouw die naar de juiste woorden zoekt. “En ik realiseerde me ‘Holy fuck, dat ben ik!”
Hoe dat gebeurde, toont maar weer eens aan wat voor verrassende connecties sampling in muziek soms leggen kan. “Ik ken een producer genaamd Douvelle, die ook ‘Something’ produceerde op Grreydaze [haar EP uit 2019—HIJS]. Madlib gebruikte een sample pack van hem, en daar zat mijn stem in. Hij ging er in snijden en gebruikte dat stukje voor ‘The Call’.” Ze kan het nog steeds moeilijk geloven. “Het was echt mind-blowing. Ik respecteer Madlib enorm. En het is de tweede track op het album!”

Wie luistert naar haar discografie komt er al snel achter dat ze nog iets deelt met Madlib: een ontzagwekkende breedte aan stijlen. Van dubby reggae samen met Jarreau Vandal, tot de bonafide 2-step throwback met Conducta en de lofi soul van haar eigen single Down, de licht rasperige warmte van haar stem is overal. “Toen ik begon met muziek maken ging ik ervan uit dat je een bepaalde soort muziek moest maken en in een genre moest passen”, zegt ze. “Gedurende het proces van luisteraars vinden en meer interactie met mijn muziek krijgen, kwam ik er juist achter dat hoe gevarieerder je muziek is, hoe meer verschillende mensen willen blijven luisteren. Omdat ze benieuwd zijn in wat voor richting je gaat wanneer je iets nieuws maakt.”

“Ik kan me uitrekken, en als de tijd rijp is een album uitbrengen met al die sounds waar mensen me voor zijn gaan waarderen.”

Die stilistisch diverse aanpak past ook bij de manier waarop ze haar muziek op dit moment het liefste uitbrengt. Sinds 2017 heeft ze twee EP’s en een dozijn singles uitgebracht, en verscheen ze als gastvocalist op talloze tracks. “We leven in een generatie waarin, als iemand een song tof vindt, ze hun favoriete streaming service gebruiken kunnen om daar zelf een soort album van samen te stellen. Met de kant die de muziekindustrie opgaat en de verschillende sounds die ik creëer, sprak het me erg aan om een boel verschillende singles uit te brengen die mensen zelf aan hun playlists toe kunnen voegen”, zo legt ze uit. “Ik kan me op die manier als het ware uitrekken, en als de tijd rijp is, een album uitbrengen met al die sounds waar mensen me voor zijn gaan waarderen. Maar op dit moment wil ik vooral het idee proberen in te bedden dat ik kan maken wat ik maar wil.”

Kijkend naar de twee iets omvangrijkere werken in haar discografie, de beiden in 2019 uitgebrachte EP’s Grreydaze en Ugh, laat ze weten gemengde gevoelens over die laatste te hebben. “Ik denk dat Grreydaze veel meer vrij en open was. Niet zozeer meer experimenteel, maar er zat minder druk achter. Ik maakte sounds om het maken van sounds, en liet gewoon gebeuren wat er gebeurde. Met Ugh daarentegen, had ik het gevoel dat dat ‘om het echie’ was. Ik dacht dat ik in de juiste zone moest komen, muzikaal gezien.” Ze neemt een moment haar gedachten op een rijtje te zetten en komt tot een conclusie. “Grreydaze is meer JGrrey, misschien. Ugh is ook JGrrey, maar dan die iets probeert te doen… Wat eigenlijk iets is dat ik nooit zou moeten doen als ik muziek maak.”

“Dat is iets dat je in al mijn muziek hoort, ongeacht wat het tempo of de sound is, ik schrijf in een vrij luie stijl.”

Beide EP’s zijn prima te genieten maar Grreydaze lijkt inderdaad representatiever voor haar methodes dan het wat meer gepolijste Ugh is. Het is die stijl van schrijven die de gemeenschappelijke deler in haar werk is. “Heel laidback en langzaam, in specifieke pockets. Dat is iets dat je in al mijn muziek hoort, ongeacht wat het tempo of de sound is, ik schrijf in een vrij luie stijl.”

Om de juiste ‘luiheid’ te kunnen faciliteren wordt er tijdens een eerste ontmoeting met een producer vaak niet eens muziek geschreven, maar enkel de juiste golflengte gezocht. “Als de vibe er is, beginnen we met een sessie. Er moet eerst chemie zijn”, merkt ze op. “Als ik thuis met het schrijven van een song start, is het negen van de tien keer een freestyle die ik opgeschoond heb en structuur geef, met een bridge, chorus en pre-chorus. Mijn schrijfproces is vrij cryptisch, dus het is belangrijk dat ik met de juiste producers werk. We moeten een flow, een wisselwerking creëren. Vaak begint het met een melodie, en afhankelijk van de stemming; of het upbeat of melancholisch, vrolijk of treurig is, begin ik woorden te associëren met de sound zoals we die neergezet hebben.”

JGrrey

Ondanks dat ze een natuurlijk talent lijkt te hebben voor het vinden van de pocket in een beat en deze te verweven met haar vocalen in plaats van deze erover heen te zingen, zag ze zichzelf in eerste instantie niet als zangeres noch songschrijver. “Ik zat in de studio met een vriend, Manga Saint Hilaire, en hij zei ineens ‘Waarom zing jij niet op deze track?’. Ik antwoordde ‘Oké, maar dat wordt dan niks goeds”, en daar vloeide het uiteindelijk allemaal uit voort. Muziek is mij een beetje overkomen, en daar ben ik erg dankbaar voor.”

“Hoe meer open je bent met persoonlijke, mentale, en spirituele zelf, hoe meer open en natuurlijk je in je werk gaat zijn.”

De sensatie van een min of meer toevallige ontdekking is iets dat ze sindsdien na blijft jagen. “Ik probeer altijd een nieuw geluid voor mezelf te vinden. “Dan luister ik naar een track en denk ik ‘Wow, dit lijkt echt op niks dat ik zou kunnen maken. Laat ik dat eens proberen te maken.’ Of dat ik werk met nieuwe producers en me in andere situaties met andere mensen probeer te brengen. Hoe meer open je bent met persoonlijke, mentale, en spirituele zelf, hoe meer open en natuurlijk je in je werk gaat zijn.”

Als ze haar vorige single Down en haar huidige release Lavish (met Finn Askew) omschrijft, zegt ze in beide gevallen dat het klinkt als “iets dat ik nog nooit gedaan heb, en dat maakt het spannend.” Het continu haarzelf blijven verrassen in het creëren van nieuwe richtingen in een beloning op zich, dus de vraag is of ze zich überhaupt voor kan stellen ooit een comfort zone te vinden en daar in te blijven? “Dat hangt ervan af hoeveel voldoening ik eruit haal. Als het mijn ‘happy space’ is, misschien. Maar die heb ik nog niet gevonden.”

Tot die tijd is iedereen van harte welkom haar op haar zoektocht te vergezellen.

Meer Achtergronden, Interviews