Binnenkort verschijnt er vanuit Kunstfactor een publicatie over de stand van zaken in de Nederlandse hiphopscene. Het rapport beschrijft de mogelijkheden die jongeren tegenwoordig hebben om met hiphop bezig te zijn en biedt vanuit verschillende invalshoeken een interessante visie op de volwassenheid en groei van de scene.

In aanloop naar de release van deze publicatie lichten we alvast elke 2 weken een tipje van de sluier. In de eerste van deze reeks van 4 artikelen belichten we de vraag “Wat is de verhouding tussen hiphop als kunstvorm en hiphop vanuit de welzijnssector?”.

Voor de hiphopliefhebber die concerten bezoekt en naar hiphop luistert is het niet zo zichtbaar, de meer actieve hiphoppers onder ons zullen het misschien wel herkennen: hiphopprojecten die vanuit de welzijnssector worden aangezwengeld. Het gaat hier vaak om workshops of trajecten die worden georganiseerd door instellingen voor jongerenwerk. Bij deze projecten is hiphop meestal een middel om het doel te bereiken. De nadruk ligt dus op sociaal-maatschappelijke doeleinden zoals integratie en participatie. Artistieke ontwikkeling is meestal geen doelstelling van dit soort projecten. Recht hier tegenover staan de projecten die juist wel streven naar ontwikkeling van het talent, en juist minder naar sociale doeleinden. Hoe liggen de verhoudingen tussen beide stromingen?

Het moeilijke in deze kwestie is dat projecten altijd ergens op worden afgerekend. Welzijnsinstellingen worden op het bereiken van hun sociale doelen beoordeeld door de financierders, en kunst- en cultuurinstellingen op hun culturele bereik. En dat is nou net waar het vaak mis gaat. Neem bijvoorbeeld projectbureau WHAA uit Nijmegen. WHAA streeft naar integratie van migranten –een sociaal doel dus- en gebruikt cultuur als een middel om dat te bereiken. Door de sociale doelstelling wordt WHAA door cultuurfondsen als welzijnsinstelling gezien en zal het uit die hoek dus geen subsidie ontvangen. Rien Groenewegen van WHAA betreurt het dat cultuurfondsen het belang van sociale doeleinden niet zien: “Voor hen ben je óf met cultuur, óf met welzijn bezig, een combinatie is ondenkbaar. De cultuursector richt zich vaak alleen op blank, hoogopgeleid Nederland. Je zult de woorden ‘migrant’ en ‘cultuur’ zelden samen in een beleidsnotitie tegenkomen. Cultuur is een bindmiddel, en natuurlijk moet je ook artistiek inhoudelijk de prikkel bewaren, maar de sociale verbinding is de belangrijkste functie van cultuur. Er zijn weinig instellingen die dat begrijpen.”

Direct gevolg hiervan is volgens Groenewegen dat als een (migranten)jongere die via WHAA zijn talent heeft ontdekt wil doorstromen naar een culturele instelling, hij/zij daar vaak geen aansluiting vindt. Culturele instellingen worden dan weer niet afgerekend op sociale doelen en zullen dus geen extra moeite doen voor zo’n jongere.

Ook NoLimit in Amsterdam Zuidoost worstelt met haar identiteit op dit gebied. Zij streeft zelf artistieke doeleinden na, maar wordt volledig gefinancierd door de welzijnssector. De aangeboden cursussen zijn daarom op dit moment gratis. Angelo Bromet, productieleider bij NoLimit, vindt dit geen goede zaak. Hij zou liever zien dat jongeren een klein bedrag moeten betalen om een soort motivatiefilter in te bouwen en zo de uitval terug te dringen. Het probleem is volgens hem dat er een fundamenteel verschil in visie tussen de welzijns- en de culturele sector is. In eerstgenoemde wil men zo veel mogelijk jongeren bedienen, eventueel ten koste van de kwaliteit, terwijl het in laatstgenoemde sector juist meer om de kwaliteit dan om de kwantiteit gaat.

Een ander probleem is dat veel mensen uit de scene vinden dat de zogenaamde “welzijnshiphop” de weg naar erkenning voor hiphop als kunstvorm blokkeert. Zij zijn bang dat door dit soort projecten de hiphop zal blijven hangen in de “rappen in het buurthuis”-sferen, en zal blijven worden gezien als “gesubsidieerde linkse hobby”.

Veel hiphoporganisaties uit het hele land geven dan ook aan weinig op te hebben met de welzijnshiphop. Aruna Vermeulen van het Rotterdamse HipHopHuis: “Wij willen een culturele instelling zijn, geen sociale. Dat we dan sociale resultaten behalen is prima, maar niet onze doelstelling. We worden bijvoorbeeld ook wel eens gevraagd om mee te werken aan een campagne tegen softdrugs of iets dergelijks. Dat kan, zeggen we dan, maar dan wel op artistieke en niet op sociale gronden.”

Habek uit Utrecht is ook wat voorzichtig met aanvragen voor samenwerking uit de welzijnssector. De organisatie vindt dat hiphop een cultureel fenomeen moet blijven en niet in welzijnssferen moet vervallen. Dit betekent echter niet dat het antwoord altijd ‘nee’ is, want Habek wil er nog steeds zijn voor mensen die genoeg kwaliteit hebben en zichzelf graag willen verbeteren. En als die dan toevallig uit een welzijnsproject voortkomen, so be it.

Stichting PAN uit Nijmegen benadrukt eveneens dat zij staan voor artistieke ontwikkeling en niet doen aan bezigheidstherapie: “Onze insteek is muziek, wij werken met jongeren met een bepaalde interesse die wij kunnen aanwakkeren. Wij werken dus niet vanuit welzijn, want dan probeer je iets te forceren bij een doelgroep die daar niet op zit te wachten. Dat is een achterhaald idee wat slechts gebaseerd is op leuk tijdverdrijf. De gemeente wil graag dat wij muziek gebruiken om allochtone jongeren te laten participeren en om jongeren beter in de maatschappij te laten staan. Dat is sowieso een neveneffect, maar is niet ons doel. Ons doel is om iemand beter te maken in de muziekwereld, zowel voor- als achter de schermen.”

Dat de combinatie welzijn en cultuur wel degelijk kan werken, bewijst Dynamo in Eindhoven. Dynamo valt officieel onder de noemer jongerenwerk en wordt gesubsidieerd door een organisatie voor zorg en welzijn in Eindhoven. In de praktijk merk je er echter weinig van dat Dynamo eigenlijk jongerenwerk doet: het centrum heeft de uitstraling van een poppodium en ook jongeren die niet uit een moeilijke situatie komen zijn er welkom. Voor jongeren die daar wel behoefte aan hebben is er een loket waar ze informatie over en hulp kunnen krijgen met bijvoorbeeld problemen op school, thuis of met werk. De nadruk ligt bij Dynamo wel op talentontwikkeling. Dat dit concept werkt, blijkt wel uit de doorbraak van jongens als Kempi en Fresku, die beiden bij Dynamo zijn begonnen.

Kunstfactor is de landelijke organisatie voor de ontwikkeling en promotie van amateurkunst. Ga voor meer informatie naar http://www.kunstfactor.nl

Foto Fresku en Kareemineel door Jamie Hoogland

Meer Achtergronden