Def P on tour door Zuid Afrika waar hij workshops en optredens gaf. Lees de volgende impressie gemaakt door Def P zelf.

Ik heb altijd gezegd dat een Nederlandstalige rapper niet veel verder dan Brussel kan komen. Hooguit misschien een tourtje door Zuid Afrika, Suriname of de Nederlandse Antillen, maar dat leek me nooit echt realistisch. Maar… Dankzij het feit dat rap en poëzie steeds meer met elkaar in verband worden gebracht, kon ik door de organisatie van Winternachten deze lang gekoesterde droom toch nog meemaken. Op tour dus door Zuid Afrika!

Het zou een trip worden met veel verrassingen. Ik wist niet precies wat me te wachten stond, behalve dat ik allerlei taalgerelateerde workshops en optredens moest geven. Ik was de avond voor vertrek nog even in lichte paniek omdat mijn paspoort kwijt was, maar de volgende ochtend stonden mijn vriendin en ik toch met al onze spullen als eerste op Schiphol op de rest van onze reisgenoten te wachten. Het was een internationaal gezelschap van dichters uit Suriname, Curacao, Indonesië en Nederland. Goed voor de culturele uitwisseling dus. Zijn onze koloniale driften toch nog ergens goed voor geweest. Het zou een drukke werktrip worden, maar het voelde toch een beetje als vakantie omdat iedereen er veel zin in had.

Toen we in Kaapstad landden was het net of we een trip door een spiegel hadden gemaakt. De maan stond “verkeerd om” en zelfs de seizoenen waren omgedraaid. De auto’s reden links en de sturen zaten rechts. Oppassen met oversteken dus. We maakten kennis met onze chauffeurs daar, en zij brachten ons naar het hotel waar we een borrel dronken voor een goede nachtrust. De volgende dag zouden we de gelegenheid krijgen om Kaapstad en omgeving een beetje te gaan verkennen.

Op 4 oktober moest ik mijn eerste workshop geven in de Belhar Symphony Hoërskool. Dit was duidelijk een niet al te rijke school en ik zag er ook geen enkele blanke leerling. Ik hoorde dat een hoop schoolgebouwtjes op dit soort terreinen vaak niet eens ramen hebben, waardoor les geven door het lawaai nogal lastig is. Sommige scholen hebben niet eens boeken of schoolborden, waardoor de leerkrachten flink moeten improviseren. Ik vond het een vreemd idee om daar als blanke Europeaan voor een klas vol donkere kinderen te staan, en ze uit te leggen wat een zwarte muziekstroming als hiphop nou precies is. Maar het bleek toch wel een nuttige les, want een hoop kinderen hadden daar geen flauw benul van. Het was merkbaar dat het sowieso bijzonder voor ze was om een blanke Europeaan voor de klas te hebben. De klas was erg nieuwsgierig en de meisjes moesten vaak giegelen als ik ze aan keek. Na mijn theoretische inleiding ging ik wat meer op de praktijk over. Ik leerde ze wat human beatbox- en raptrucjes om te illustreren dat je om hiphopmuziek te maken eigenlijk niets nodig hebt. En zo te zien hadden ze ook niets. “The only thing you need is your voice and your mind” legde ik ze in het Engels uit. “That’s the beauty of hiphop!” Het is mooi om te zien hoe enthousiast kinderen kunnen worden als je ze laat zien hoe je van niets toch iets kunt maken. Je ziet ze gewoon denken: “Dus ik kan dat ook!”
Toen ik vroeg of iemand al wat ervaring met rappen had reageerde bijna niemand. Maar na mijn vraag wie er wel eens poëzie schreef gingen er al een paar handjes verlegen de lucht in. Toen ik vroeg of iemand voor de klas wat eigen werk wou voordragen, durfde niemand het ijs te breken. Een meisje twijfelde, maar na wat enthousiaste aansporingen van mijn kant kwam ze toch dapper naar voren stappen. Uit haar hoofd citeerde ze een eigen gedicht over hoop en geloven in jezelf. Het klonk al behoorlijk ritmisch, dus ik zocht er meteen een beat bij en liet die horen met behulp van een klein ghettoblastertje die ik mee had. Ik vroeg haar het gedicht nu nogmaals op de beat te doen en de klas vond het geweldig. Na dit kleine succes durfden de jongens ook wel een rapje voor de klas te komen doen. Afrikanen kunnen vaak wel wat liedjes en rijmpjes opdreunen, dus het rappen ging best aardig. Ik kon duidelijk merken dat ze er lol in hadden.

Toen de les was afgelopen holden de meeste leerlingen meteen naar buiten om hun vriendjes en vriendinnetjes te vertellen hoe het was. Even later liep ik zelf ook naar buiten en werd meteen omsingeld door de wat oudere jongens die op het schoolplein stonden. Ze kwamen steeds krapper om me heen staan en vroegen of ik wat wou rappen voor ze. Ik rapte wat in het Nederlands en ze gingen helemaal uit hun dak. De grootste jongen die er bij stond begon te beatboxen met zijn mond vlak voor de opening van een plastic Colafles waardoor een soort galmeffect ontstond. Zo leerde ik zelf ook nog een truc! Een kleine jongen met een wollen rastamuts begon hierover te rappen en het klonk best goed. De kring om mij heen werd steeds groter en drukker en ze hadden zo te zien nog uren door willen gaan. Maar mijn reisgenoten stonden al te gebaren dat we verder moesten naar de volgende school. Ik bedankte iedereen en moest me bijna letterlijk losrukken van het enthousiaste gezelschap. Een paar jongens zagen mijn tattoos en vroegen meteen in wat voor gang ik zat. Later hoorde ik dat het steeds vaker voorkomt dat kinderen pistolen mee naar school dragen. Net als in Amerika zouden scholen daar op metaaldetectoren moeten overgaan om dit probleem aan te pakken. Vreemd om dit achteraf te horen, maar mijn ochtend kon al niet meer stuk. Ik had mijn eerste contact met de Zuid Afrikaanse jeugd als zeer positief ervaren.

Die zelfde middag moest ik een workshop doen met lokale hiphopdichters van de Universiteit van West Kaap. Ik kreeg een klein klasje voor me met wat oudere leerlingen die dit keer wel wisten wat hiphop was. Ze kwamen uit verschillende delen van Afrika en er zat zelfs een blanke Nederlander tussen. Ze hadden vrijwel allemaal ervaring met het schrijven van poëzie en durfden dit ook voor te dragen. Ook hier hoorde ik weer veel positieve thematiek over zelfrespect en iets maken van je leven. Twee leerlingen waren zelfs battlerappers en konden een aardig staaltje bragging and boasting laten horen. Met deze klas kon ik duidelijk wat dieper en serieuzer op het schrijven van raps in gaan. De les werd daardoor wel wat formeler dan die ochtend, maar het enthousiasme was er niet minder om. Na de les stond ik nog even met wat studenten na te praten voor de schooldeur. Rond de trap lagen gebruikte condooms, maar dat bleek redelijk normaal te zijn. In Afrikaanse Universiteiten liggen die dingen gewoon in pakjes van tien stuks gratis op de toiletten. Niet zo gek als je hoort hoe groot het Aids-probleem daar is.

De volgende ochtend moesten we weer naar de universiteit voor een Lunch Hour Poetry. Het kwam er op neer dat de hele ploeg van Winternachten samen met andere lokale dichters moest voordragen in een grote aula. Deze zat bomvol studenten en enkele onderwijzers. Tot mijn aangename verrassing waren een aantal van mijn workshopdeelnemers ook speciaal komen kijken om mij in actie te zien. Stefan, een student uit midden Afrika en een van mijn fanatiekste leerlingen, vroeg of hij ook een gedicht mocht voordragen. Ik zei dat ik niets te vertellen had over wie er die dag mocht voordragen en dat het al aardig volgepland was. Stefan keek me teleurgesteld aan, dus ik zei dat hij wel een stukje mocht doen in mijn tijd. Er werd met veel geduld en interesse naar alle dichters geluisterd. Gibi, onze collega uit Curacao, droeg zijn werk ritmisch voor met ondersteuning van een percussionist. De zaal ging hier goed los op en hij kreeg een oorverdovend applaus. Leuk voor mij ook, want ik had ondertussen met de aanwezige band afgesproken wat te jammen. Ik kreeg de indruk dat Afrikanen als geen ander van ritmische muziek kunnen genieten. Na alle gedichten gingen de raps met band er in als koek. Toen vroeg ik of Stefan even naar voren wilde komen om zijn gedicht over wereldgekte voor te dragen. Hiermee gaf ik hem onbedoeld meteen het laatste woord, waardoor zijn opkomst na de hele rij van internationale literaire zwaargewichten best wel een belangrijk moment leek. Hij kreeg luid applaus, en ik vond het wel best zo. Na afloop stonden alle dichters, schrijvers en professoren nog wat na te babbelen met elkaar. Antje Kroch, een bekend Zuid Afrikaans schrijfster, kwam speciaal naar me toe om te zeggen dat ze het zo bijzonder vond dat ik Stefan het laatste woord had gegeven. Ze zei dat er over het algemeen weinig interesse was voor mensen uit de andere delen van Afrika, en dat deze studenten zich ook vaak extra moeten bewijzen. Ik had dus onbedoeld een positief voorbeeld gegeven om ook deze studenten wat vaker in de spotlight te zetten.

Na dit optreden reed ik met de Winternachtenploeg door naar Stellenbosch, een bekend wijngebied. Ons hotel bevond zich tussen prachtige druivenvelden, en het rook er heerlijk naar allerlei bloemen. De wijn was er spotgoedkoop en smaakte bijna te goed! De volgende dag deden we een soort poëzieavond in een mooi natuurpark, met een kabbelend riviertje en een knalgele volle maan als decor. Voor het eerst stonden we nu voor een overwegend blank publiek, jong en oud. Tijdens mijn tien minuten ging door allerlei technisch gedoe zo’n beetje alles mis wat er mis kon gaan. Het werd onbedoeld een soort komische act, en om er toch nog iets van te maken improviseerde ik er op los. Zelfs toen de stroom helemaal uit viel. Leuk voor het publiek in ieder geval.

Zeven oktober was onze laatste dag in Kaapstad. We deden een gezamenlijke workshop in de hal van Central Libray Cape Town. Iedereen zat op de trap en de hal fungeerde als podium. Het statige gebouw was echter zo’n galmbak dat we na een tijdje de zolder op zochten voor een wat betere akoestiek en verstaanbaarheid. Er waren dit keer veel plaatselijke dichters bij van verschillende afkomst en leeftijden. Een bont gezelschap, en dus ook veel variatie in de gedichten. Wat ze wel duidelijk gemeen hadden was dat poëzie een belangrijke rol in hun leven speelt. We werden geacht elkaar tips te geven, maar omdat iedereen zo overtuigd was van hun eigen werk leidde dat meer tot discussies. Best interessant nog eigenlijk. De rest van de dag mochten we zelf invullen. Onze chauffeur, waar we inmiddels een goede band mee hadden, verraste ons met een zeer interessante rondrit. Zo zagen we die dag nog bavianen, pinguins en zeeleeuwen in het wild. Op de terugweg reden we langs de grootste sloppenwijk van Kaapstad. De krotten leken werkelijk tot aan de horizon door te lopen. Het uitzicht was triest en indrukwekkend tegelijk. De chauffeur stopte even zodat we dit bijzondere landschap goed tot ons door konden laten dringen. Ik stapte hiervoor zelfs uit de auto, maar dat vond onze chauffeur, die zich zeer verantwoordelijk voelde, alles behalve relaxed. Zo zie je zelfs een Afrikaan nog eens wit wegtrekken.

Op acht oktober vlogen we van Kaapstad naar Durban. Die avond kregen we een welkomstdiner aangeboden op een boot die langs de verlichte skyline van Durban voer. Een leuk idee, een prachtige tocht, en een mooie manier om alle andere schrijvers en dichters te leren kennen die aan het Poetry Africa-festival meededen. Een paar artiesten uit Zimbabwe waren nog nooit op een boot geweest en hadden ook nooit de zee gezien. Ze dronken zich moed in, en dat lukte aardig. Maar een van die jongens kreeg op het moment dat de boot los ging spontaan een angstaanval. Gelukkig ging het even later weer beter met hem.
 De volgende dag hadden we weer een welkomstlunch met de hele ploeg van een dichter of veertig in totaal. Ik had mijn hotelontbijt nog nauwelijks verteerd. Het was allemaal uitstekend verzorgd, maar ik vond het wel een vreemd idee om in een werelddeel waar zo veel honger heerst overal zo overdadig veel voedsel op de tafels te zien. Zeker als je bedenkt dat een groot deel van de dichters al deze luxe ook beslist niet gewend is. Er werd in ieder geval flink van genoten. Die avond kregen alle dichters ongeveer vier minuten om zich te presenteren in het theater van de universiteit. Zoals te verwachten met zo veel ouwelui liep dit vreselijk uit en was tegen het eind de halve zaal al naar buiten gevlucht met een overdosis aan poëzie.

De volgende ochtend was het alweer vroeg opstaan. Ik moest weer een hiphopworkshop geven in een township. Samen met Lexikon, een vrolijke en slimme meid van 19 jaar, reden we naar de Kwesethu Secundary School. Duidelijk een minder bedeeld schooltje met alleen zwarte scholieren en leerkrachten. Lexikon en ik vertelde om en om over onze positieve ervaringen met hiphop. De klas bestond vooral uit meisjes, die er nog nooit van gehoord hadden. Ik was blij dat Lexikon ook wat over de rol van de vrouw binnen hiphop kon vertellen. Beter dan dat ze dat van een blanke kerel moesten aannemen. Op het einde deden we wat ritmische liedjes met de klas en ze vonden het geweldig. De leerkrachten wilden graag nog wat met ons napraten, maar er was weinig tijd. We moesten door naar de Howard College Campus om daar buiten op de foodcourt op te treden met Henry Bowers, een dichter/rapper uit Zweden, Perpetual, een Afrikaanse dichteres/zangeres en Ewok, een blanke Zuid Afrikaanse rapper/slampoet. Deze deed dusdanig zijn best om zo hiphop mogelijk over te komen, dat hij me sterk aan Brainpower deed denken. Ik moest een beetje lachen om zijn karikaturale verschijning, maar toen we eenmaal gingen rappen bleek hij toch wel erg veel talent te hebben. Het was ook een soort thuiswedstrijd, want hij zat daar zelf op school. De studenten waren hier wel wat meer verwend dan in de townships. Nonchalant onderuit gezakt zat het gemengde en trendy uitgedoste publiek ons ijslikkend en hamburgerkauwend aan te staren. Het leek de fucking Kalverstraat wel. Niet echt inspirerend.

Die avond hoefde ik zelf niet op te treden en besloot ik om samen met mijn vriendin een avondje te ‘spijbelen’ van alle poëzie. Tegen het dringende advies in van de organisatie zijn we zelf Durban Downtown in gegaan om te winkelen en te eten. We hadden totaal niet het gevoel in een onveilige omgeving te zijn. Wel vreemd om te zien dat de enige blanken die je daar tegen komt straatarme zwervers zonder schoenen zijn. Vooral als het donker wordt gaan alle ‘normale’ mensen massaal naar huis, en lijkt Durban Downtown uitsluitend nog door zwervers bevolkt te zijn. Dit was waar de organisatie voor gewaarschuwd had. Ik had er een paar wat geld gegeven, en raakte meteen in een heel gesprek verzeild. Een andere zwerver werd waarschijnlijk jaloers en begon agressief met een stok te zwaaien. Ik gaf die idiote brulaap als enige geen geld en zei de andere zwervers vriendelijk gedag. Het werd duidelijk tijd om weer naar het hotel te gaan. Toevallig was die avond ‘City of God’ op TV. Een heftige film over het leven in de sloppenwijken van Rio. Erg toepasselijk en confronterend zo vlak na mijn lessen in de townships.

Op elf oktober gaf ik een workshop met de dichter John Matshikiza in de Hillcrest High School. Een poepsjieke school in een Beverly Hills-achtige omgeving. De leerlingen in ons klasje waren gemengd en een jaartje of 18. Ik vertelde over de opkomst van de hiphop in Nederland en legde uit dat vooral de Surinaamse jeugd daar een essentiële rol in speelde. De heer Matishikiza vond het nodig mij te onderbreken om uitgebreid uit te wijden over het koloniale verleden tussen Nederland en Suriname. Hij deed voorkomen alsof ik dat verzweeg. Ik was hier een beetje door geïrriteerd, omdat zijn hele slavernijverhaal niets met mijn workshop van doen had. Bovendien dacht ik dat deze klas zoiets al lang wist. Na de les sprak ik hem hier over aan en kwam zo met hem en twee jongeren in gesprek over de scholing in Zuid Afrika. Tot mijn verbazing weten de leerlingen daar helemaal niet zo veel over de slavernijgeschiedenis omdat dat nog steeds een beetje wordt vermeden in de lessen. Door een smerig contractenspel gaat het ook nog vele jaren duren voordat die stof in de officiële schoolboeken wordt opgenomen. Zo leerde ik zelf ook weer wat.

Twaalf oktober gaf ik een workshop in de P.R. Pather Secondaryschool, in een Indiase township. Of liever gezegd ‘voormalig Indiaas’ omdat na de afschaffing van de apartheid alle scholen openbaar zijn. Hier was aan de vele Indiase koppies te zien alleen weinig van te merken. Nu ik wat meer ervaring had met workshops voor dit soort klassen merkte ik dat alles steeds makkelijker ging. Ik begon het steeds leuker te vinden om vooral de armere kinderen te leren hoe hiphop ze in staat stelt van niets iets te maken. Het enthousiasme was ook hier weer hartverwarmend. Eerst waren ze nog wat verlegen, maar later kwamen ze los. Opvallend dat ook hier de zelfgemaakte gedichten heel positief waren en over hoop en de toekomst gingen. Als het aan de jeugd ligt, krijgt Afrika een mooie toekomst. Geweldig zulke kinderen. Later kreeg ik zelfs nog een dankbrief van de Indiase leerkrachten dat ze mijn les erg nuttig en inspirerend vonden.
Die avond traden we met de hele Winternachtenploeg op in het theater. De boel werd aan elkaar gepraat door Soli Philander, die dat geweldig deed. Hij maakte er een komische avond van met een losse sfeer.
De volgende dag hadden we een tocht door een wild dierenpark. We zagen neushoorns, nijlpaarden, gnoes, springbokken, struisvogels en giraffen. Heerlijk een middagje onbezorgd beestjes kijken en even niet aan poëzie denken.

Op veertien oktober brak de laatste werkdag aan. In de middag verzorgden we een hiphopworkshop in de vorm van een discussiepanel in de Bat Centre. Een soort cultureel havengebouw dat helemaal beschilderd was. Er kwam veel geïnteresseerd publiek op af. ’s Avonds presenteerde ik een Slamjam in de grote zaal. Ewok won deze met overtuiging en het publiek brak de tent af. Hierna moest de rust weer een beetje wederkeren, want alle dichters kwamen hun laatste voordracht van het festival doen. De timing werd veel beter in de gaten gehouden dan bij de openingsavond, maar het was evengoed een lange zit. Na afloop mochten de beentjes van de vloer met de band van Ronald Snijders, de Surinaamse fluitist die met ons mee was. Feest! Ik jamde nog even met hem mee op het podium. Even later trad Henry Bowers op met zijn band, en daarna liep de zaal langzaam leeg. Iedereen was opgelucht dat alles achter de rug was en de laatste avond goed was verlopen. Onze laatste nacht en dag in Afrika begon, want de volgende avond vlogen we via Johannesburg weer terug naar Schiphol. Ik kon terugkijken op een leuke, drukke, afwisselende, mooie, boeiende, maar vooral leerzame en nuttige werktrip door Zuid Afrika. Mijn eerste, maar hopelijk niet de laatste.

Meer Achtergronden