We zien het als teken voor de uiterst diverse en gezonde staat van rap in 2017 dat we zo’n moeite hadden om de lijst tot slechts zeventien stuks te beperken. Er werd met deuren geslagen, naar drank gegrepen en geschreeuwd. Er werd ook gelachen, teruggeblikt en gefeest, tot we een solide selectie hadden. En toen beseften we ons ineens in blinde paniek dat we zo óók nog in een steekhoudende volgorde moesten zetten. ‘Zinloos’, zullen sommigen zeggen, want wat is een album nog waard in het streamingtijdperk?

‘Alles’, is ons gezamenlijk antwoord, want een goed album, dat een kop en een staart heeft en je meeneemt in de wereld die een artiest optrekt, dat is en blijft de gouden maatstaf voor elke muzikant die zichzelf en zijn publiek serieus neemt. Dit zijn de zeventien projecten die daar in het afgelopen jaar met vlag en wimpel in slaagden.

17. Meyhem Lauren & DJ Muggs – Gems from the Equinox
Je hoeft het wiel niet altijd opnieuw uit te vinden om kwaliteit te leveren. Een dope rapper en een ervaren producer die gedurende een complete plaat als duo werken is al een goed begin. Zeker als die rapper een gast uit Queens is met een stem die beter doorrookt is dan een paling, een voorliefde voor rijmwoorden met minimaal drie lettergrepen, bizar specifieke referenties en creatieve toepassingen van geweld als “I’ll kill you with a block of ice and melt the evidence”.

Tel daarbij de meest grimey producties op die de veteraan achter de tafels bij Cypress Hill in jaren gemaakt heeft, en je hebt een winnaar. Stoffige soulsamples, rollende drums, een verweesd orgeltje hier, een gruizige viool daar. Ineens horen we weer duidelijk dat Muggs ooit de mentor van Alchemist was. Dit is comfort food voor rap puristen, bereid met vlijmscherpe Japanse messen door blunts blazende chefkoks met stacks aan Michelinsterren. — Jaap

16. Dutty + ATLouis – Plaats Delict
Toen we in 2015 een interview deden met de Tilburgse crew Hidden Village, hadden we geen idee dat ze allemaal zouden beginnen aan een succesvolle solocarrière, maar niets is minder waar. Gil & Megas openden WOO HAH!, Yung Amadeus is tegenwoordig de DJ van Gers Pardoel en produceert voor diverse rappers, Wakeem dropte dit jaar twee EP’s waar de klapper Afa De Gwan uit voortkwam, ATLouis leverde beats voor onder meer Sevn Alias, Zack Ink en Miggs De Bruijn en Dutty bleef steady werken aan zijn craft en perfectioneerde zijn stijl; rauwe raps, r&b-achtige zanglijnen en melodieuze refreinen op de trapproducties van ATLouis, die tekent voor alle producties op Plaats Delict, de debuut-EP van Dutty.

Laatstgenoemde schetst op de EP zijn buurt: hoe hij op zoek gaat naar guap tussen surveillerende en fouillerende agenten terwijl het buiten donker is en de regen met bakken naar beneden komt. Door de situatie in Tilburg-West is Dutty vastberaden om zichzelf en zijn homies naar de top te brengen, en al is het met de nodige struggles, uit de goot klimmen zal hij. Mocht het op een dag zover komen dat het grote succes daar is, zal Dutty nooit vergeten hoe het vroeger was. Vroeger, toen er niks in de koelkast te vinden was. — Bowie

15. CyHi The Prynce – No Dope On Sundays
Kon je bij de Engelse bookies ook geld inzetten op welke G.O.O.D. Music weed carrier er in 2017 een dijk van een album af zou leveren? Want dan had je met een gok op CyHi waarschijnlijk flink kunnen verdienen. Het verhaal gaat dat CyHi zijn geld voornamelijk verdiend als ghostwriter, waardoor hij het zich veroorloven kan commerciële beslommeringen over zijn eigen werk te laten voor wat ze zijn, en in alle rust aan No Dope On Sundays schaven kon.

Het eindresultaat is een plaat die het midden houdt tussen Clipse hun paranoïde crack rap op Hell Hath No Fury (labelbaas Pusha T doet zelf mee op de titeltrack) en de spirituele worstelingen van Scarface. Als je moet dealen, deal dan om een opleiding voor je kinderen te betalen, of een huis voor je moeder. Echte trappers trappen niet om het trappen, maar om aan de trap te ontsnappen, zoveel is zijn thema. En als je dan dealt, doe het alsjeblieft niet op de dag van de Heer. Je zou het hypocriet kunnen noemen, maar dan ga je voorbij aan de vele even conflicterende als boeiende beweegredenen en interne dilemma’s van deze plaat, die op een partij rijk georkestreerde producties de revue passeren.

14. Rico & Sticks – IZM
De #OpgezwolleTotNu tour heeft ons geen windeieren gelegd, want Rico en Sticks kregen weer zin om nieuwe dingen te rappen en dat resulteert zo’n anderhalf jaar later in IZM, dat met Kubus achter de knoppen overduidelijk niet voor iedereen is gemaakt. Laatstgenoemde trok een hoop verrassende geluiden uit zijn ‘bakkies’: snoeiharde techno, een dancehall-achtige productie, een ouderwetse boombapkraker of toch een reggaeritme? Kuupie draait er zijn hand niet voor om en weet zelfs synths te laten klinken als snares of een marimba.

Het biedt de twee rappers de ruimte om, net als op eerder werk, maatschappijkritiek te leveren en te reflecteren op zichzelf en op hun ouderschap. Met rake en ware volzinnen, absurde rijmelarij (wie anders dan Rico zou ‘hazewindhond’ op ‘Plato-instore’ rijmen, bijvoorbeeld) maar net zo goed met associatieve teksten en woordspelingen. Qua taalvernuftigheden is er weer een hele hoop te beleven op het frisse en plezierig klinkende IZM. Onbetwist Rico & Sticks, maar wel zoals je ze nog niet eerder hoorde. — Bowie

13. Migos – Culture
De koningen van de triplet-flow hebben de rapgimma al een paar jaar op slot, maar deden dat vooral met singles, features en niet altijd even consistente mixtapes. Op Culture bewijzen Offset, Takeoff en Quavo dat zij wel degelijk de verdiende vaandeldragers van de trap zijn, door de nieuwe maatstaf af te leveren waar het subgenre aan moet voldoen. Dat zij meerdere populaire producers uit hun subgenre samenbrengen (o.a. Cardo, Metro Boomin en Zaytoven) en toch een stilistische samenhang hanteren, is geheel aan het trio zelf te danken. De drie rappers buitelen over elkaar heen in de coupletten met hun unieke ritmiek en beschikken over een uitstekende chemie en overschot aan catchy hooks. De beats zijn weliswaar veelal in mineur, maar met deze gasten is het feest altijd aan. Nu nog even aan die liveshow werken, guys. — Jaap

12. Vic Mensa – The Autobiography
Braggen is uit, emotie in. Die zin is niet alleen een fuck you naar Post Malone, maar zeker ook een goede samenvatting van de tendens die te zien is in hiphop van de afgelopen drie jaar.JAY Z bracht met 4:44 een zeer persoonlijk album uit dat bijna haaks staat op al het gepoch met geld, drank, clubs en kunst dat hij sinds zijn vermeende pensioen vastlegde op platen. Vlak na dat kunststukje bracht zijn label ROC Nation ook het ernstig langverwachte debuutalbum van Chicago’s Vic Mensa uit, die ook genoeg te melden heeft over zijn naar eigen zeggen fucked up-realiteit. Hij gaat daarin zover dat hij met zinnen komt als Nobody fucking needs you / You should just jump off the bridge… I don’t want you to live. De straatverhalen brengt hij aggressief of lakoniek, terwijl hij net zo goed zijn gevoelens op een melodieuze wijze kan overbrengen op een gospelachtige instrumentatie. Heaven On Earth is in dit autobiografische verhaal misschien wel het meest aangrijpende hoofdstuk, en doet ergens in de verte denken aan Stan, maar laat perfect zien waar Vic Mensa voor staat en dat je zowel met storytelling als bars bezig kan zijn en een prima album kunt afleveren. Vic’s story, that’s victory. — Bowie

11. Joey Bada$$ – ALL-AMERIKKKAN BADA$$
Joey Bada$$ bewees met zijn tape 1999 en het officiële debuut B4.DA.$$ al een zeer vaardig spitter te zijn. Het enige nadeel was, zeker wanneer hij op reeds bestaande beats uit de jaren negentig en op daardoor geïnspireerde producties rapte, dat hij zijn invloeden maar niet ontstijgen kon. Al was Joey nog zo goed, het klonk altijd (op zijn best) even goed als iets dat je al jaren kende, en voegde daarom eigenlijk niks toe, ondanks zijn kwaliteiten. ALL-AMERIKKKAN BADA$$ is de eerste plaat van zijn nog jonge carrière die daar duidelijk mee breekt. Niet dat Joey de jaren 90-esthetiek ineens de rug heeft toegekeerd, maar in plaats van een doel op zich, dient het hier als springplank voor het ontwikkelen van een meer eigen stijl. Dat hij dat ook nog eens doet op een plaat waarop hij de vele thema’s tackelt waar zwart Amerika anno 2017 mee worstelt, maakt het des te relevanter en interessanter. — Jaap

10. Belly – Mumble Rap
Na eerder als tekstschrijver voor onder meer Beyoncé en The Weeknd gewerkt te hebben, vond Belly het tijd om zelf in de schijnwerpers te stappen en dat deed hij met verve; Mumble Rap is één van de hardste projecten van het jaar geworden. Typische 80’s r&b-samples inclusief geloopte vocals, een trapbanger, of mellow boombapvibes; Belly klinkt overal even lekker op, door zijn charisma en knap in elkaar gezette rijmschema’s. Laat je niet foolen door de titel, want het is verre van mumble rap wat Ahmad Balshe brengt. Bijna helemaal alleen ook, want de enige featuring is Pusha T op het trage doch klappende Alcantara. Een prettige kennismaking, die doet uitkijken naar méér. — Bowie

9. Jonwayne – Rap Album Two
Na kachellam bijna gestikt te zijn in zijn eigen braaksel, zijn label kwijt te zijn geraakt en een sloot aan vrienden van hem vervreemd te hebben, besloot Jonwayne dat het roer toch echt om moest. Hij kondigde zijn pensioen aan met de EP Jonwayne Is Retired, maar bleek tijdens het opkrabbelen uit het gat waar hij zichzelf in had geslingerd nou juist het schrijven niet te kunnen missen. These Words Are Everything zegt hij dan ook op RAP ALBUM TWO, een plaat waarop hij zijn excuses maakt naar iedereen die hij tekort gedaan heeft en de therapeutische waarde van het rappen viert. Melancholie en dankbaarheid wisselen elkaar af op een plaat die klinkt alsof Charles Bukowski en Aesop Rock ooit schrijfmaten waren. Een album om stil van te worden. Schenk een goed glas in (ééntje) en ga ervoor zitten. Welkom terug, Jonwayne. — Jaap

8. Romeo Elvis & Le Motel – Morale 2
Na enkele EP’s kwam Roméo Elvis met Morale 2 met zijn eerste album; achter de knoppen staat beatmaker Le Motel. Het album is dan ook een vervolg op eerder verschenen EP Morale, maar dit keer heeft Elvis iets meer ruimte om te experimenteren en zich te profileren als prima songwriter; de opvallend aanstekelijke refreinen van Les Hommes Ne Pleurent Pas en Nappeux en de souplesse waarmee hij de coupletten inkleurt zijn daar het hoorbare resultaat van.

Toch mag ook de inbreng van Le Motel niet onderschat worden; de combinatie van obscure beats met diepgravende bassen en jazzy, zweverige instrumentaties bepalen de sfeer van het album; dé reden dat Roméo zich af en toe van zijn meest melodieuze kant moet laten horen. De raps zijn luchtig en humoristisch en gaan over bijvoorbeeld het leven in zijn thuisstad Brussel, het roken van jonko én het paranoïde worden daarvan. Een speels album dat met smoothe instrumentaties en drugged out flows gewoon lekker makkelijk wegluistert. — Bowie

7. BROCKHAMPTON – SATURATION II
Zet een partij vrienden uit Texas, South Carolina, Connecticut, Florida en Noord-Ierland die elkaar kennen van het forum op Kanye West-fansite KanyeToThe in één huis in Los Angeles bij elkaar, laat ze aan een maandenlang schrijverskamp beginnen zonder enig einde in zicht en kondig een release datum aan zonder vooropgezet plan over hoe die te halen. Uit die toch op zijn minst onorthodox te noemen aanpak komt SATURATION II, de middelste plaat in de gelijknamige trilogie. De chemie spat aan alle kanten af van een plaat die overloopt van ideeën en korte metten maakt met elk denkbaar hiphop-cliché. Een boyband, zo noemen ze het zelf. Wij noemen het gewoon fucking hard. ‘Verzadiging’ is het Nederlandse woord voor ‘saturation’, maar wij kunnen er vooralsnog geen genoeg van krijgen. — Jaap

6. Vince Staples – Big Fish Theory
Battle with the white man day by day / Feds taking pictures doing play by play / They don’t ever wanna see the black man eat / Nails in the black man’s hand and feet. Ja, de terugkeer van Vince Staples was er eentje. Al in de eerste track van Big Fish Theory, het album dat halverwege het jaar verscheen, gaat hij kort maar krachtig los op waar hij dag in dag uit moet dealen en hij gaat erin met een sociaalbewust doch gestrekt been: Until the President get ashy, Vincent won’t be votin’, We need Tamikas and Shaniquas in that Oval Office / Obama ain’t enough for me, we only getting started. Toch weet ook Vince Staples dat teveel politiek gelul een plaat niet altijd goed doet, en dus brengt hij balans met persoonlijke strubbelingen; de schizofrenie en twijfels die het succes en zijn extreme openhartigheid met zich meebrengen bijvoorbeeld.

Toch is er nog een andere troef die Big Fish Theory beter maakt dan voorganger Summertime 06: de eclectische productie. Een mix van Londense undergroundclubmuziek, Warp-achtige elektrotunes, scherpe indie-house en bouncende trap zijn niet direct de stijlen die je verwacht te horen op een Vince Staples-album nadat NO I.D. tekende voor bijna zijn hele debuutplaat. Namen als Flume, SOPHIE en Sekoff leveren een hele hoop elektronica aan, maar het samenspel met Staples zorgt voor een hele frisse sound, die nog niet eerder te horen was in hiphop. — Bowie

5. JAY Z – 4:44
Er is al heel veel gezegd en geschreven over hoe Shawn Corey Carter zich op 4:44 door zijn schuldgevoel en huwelijkscrisis werkt. Terecht, want die persoonlijke kant is een belangrijk ingrediënt in wat deze plaat zo indrukwekkend maakt. Maar waar zeker niet aan voorbij gegaan kan worden, is hoezeer JAY Z en producer No I.D. zichzelf de ruimte geven voorbij alle trends te gaan. Verlost van de drang om nog hits te moeten maken of anderszins relevant in de hedendaagse popcultuur te zijn, blijkt Jay ineens niet alleen zijn beste post-pensioen album gemaakt te hebben, maar één van de beste albums in zijn complete discografie. Vanuit zijn eigen unieke perspectief laat hij een reeks persoonlijke essays los over alles wat hem bezig houdt, waarmee hij aantoont dat er meer leven dan ooit zit in de oude-lullen-rap. Kunnen we hem over dertig jaar met gebroken stem a la Johnny Cash horen rijmen over een partij minimalistische Rick Rubin producties? Ik zou niet weten waarom niet. — Jaap

4. Kendrick Lamar – DAMN.
Omdat hij met good kid, mAAd city en To Pimp A Butterfly twee van de grootste klassiekers van dit decennium heeft gedropt waren de verwachtingen voor een nieuwe LP van Kendrick Lamar belachelijk hoog. Hoe zou hij omgaan met die druk, en met de zaken die zijn land bezighouden, zoals politiemoorden en de verkiezing van Donald Trump als president? Op DAMN. is hij de hoop en vastberadenheid van To Pimp A Butterfly verloren en spuugt hij zijn gal over de pers (Fox News is de grootste schietschijf en moet het meerdere keren ontgelden op het album), zijn collega’s in de industrie en laat hij de schaduwzijde van het sterrendom zien.

De beats zijn een stuk toegankelijker dan op TPAB en de hoofdpersoon twijfelt continu: laverend tussen zijn gebrek aan zelfvertrouwen en tegelijkertijd de grootste rapper ter wereld willen zijn, creëert hij opnieuw een meesterwerk, dat volgens hemzelf nóg beter klinkt wanneer je de woorden van de legendarische Kid Capri in de afsluitende track DUCKWORTH. letterlijk neemt: “We gon’ put it in reverse!”

Wat in elk geval overeind blijft staan, is de spiegel die Kendrick de luisteraar voorhoudt. Tijdens een luisterbeurt wordt je gedwongen te luisteren naar het grotere plaatje, een mening te vormen over diverse onderwerpen om tegelijkertijd te worden blootgesteld aan de kwetsbaarheid van Kendrick Lamar. En als er door de jaren heen van iets is gebleken waar Kendrick Lamar goed in is, is het wel zijn kwetsbaarheid tonen. Zo ook op DAMN. — Bowie

3. Big K.R.I.T. – 4eva Is a Mighty Long Time
Dubbelalbums in de hiphop zijn over het algemeen geen best teken. Sowieso is de trend van steeds langere albums er eentje waar maar weinig acts mee weg kunnen komen, als luisteraar heb je toch liever een goede veertig minuten dan een uur met een handvol filler tracks erin. Ik klikte K.R.I.T. zijn ambitieuze comebackplaat 4eva Is a Mighty Long Time dan ook wat schoorvoetend aan. Anderhalf uur is voor meeste artiesten ook een mighty long time.

Gelukkig is het soms heerlijk om ergens faliekant naast te zitten, want 4eva Is a Mighty Long Time is een juweel van een plaat die zonder meer naast de beste dubbelalbums in de hiphop kan staan. Geen overbodig nummer is er te vinden tussen de twee thematisch slim verdeelde helften: eentje voor de rapper Big K.R.I.T. en eentje voor de persoon Justin Scott. Desalniettemin lopen die twee natuurlijk ook in elkaar door, overlappen ze en zorgen ze voor intern conflict. I’ve got a whole lotta, mixed messages / in my songs, am I wrong / to feel this way? zingt hij in Mixed Messages. Wat ons betreft niet; op deze dubbelaar is geen verkeerde noot te vinden. Een heerlijke plaat die blues, gospel en hiphop mengt zonder een seconde aan onweerstaanbare bounce in te leveren. — Jaap

2. Tyler, the Creator – Flower Boy
Sinds Tyler’s officiële debuut Goblin zijn zijn albums alleen maar korter geworden. Flower Boy, dat in een goede drie kwartier voorbij is, is niet alleen in die zin zijn hoogtepunt tot nu toe. Ontdaan van overbodige possecuts, en de puberale, soms smakeloze humor is dit het eindelijk album waarvan je ergens al wel wist dat Tyler het in zich moest hebben. En nu het er dan daadwerkelijk is, klinkt het nog beter dan je gehoopt had.

Als producent is hij de Neptunes-pastiche van zijn eerdere werk ontgroeid en gaat hij net zo makkelijk met moderne, ingetogen soul en frisse pianomelodieën aan de gang als dat hij rauwe rap bangers maakt, flirt met 90’s swingbeat of Griekse buikdans-soundtracks verknipt. Als rapper durft hij meer van zichzelf en zijn eigen belevingswereld te laten zien dan ooit. “What song do you wanna hear?” vraagt een fictieve radio DJ dan ook in de outro van Sometimes… “The one about me”, antwoordt Tyler. Dat zou je uit kunnen leggen als narcisme, maar het heeft er meer van weg dat we hier luisteren naar een artiest die in eenzaamheid zijn eigen stem vindt, en na allerlei persoonlijke worstelingen zichzelf misschien wel voor het eerst leert accepteren.

Dat de volgende track door die setup direct aansluit op zijn voorganger is bovendien geen uitzondering op het album. Zowel muzikaal als thematisch laat Tyler de tracks in elkaar doorlopen op een manier die ze één geheel maakt en zo boven elkaar uit doet stijgen. Een plaat die daarom van begin tot eind geluisterd moet worden en waarop het talent van Tyler, The Creator eindelijk tot volle bloei komt. Dat verdient alle bloemen die we hem daarvoor geven kunnen. — Jaap

1. Rapsody – Laila’s Wisdom
Voor Laila’s Wisdom putte Rapsody, getekend bij zowel 9th Wonder’s Jamla Records als JAY-Z’s ROC Nation, inspiratie uit de wijze lessen die ze als kind kreeg van haar oma. Maar dat niet alleen; ook de lessen die ze zelf haalde uit het leven worden uitbundig besproken op het album, waarop de muzikale touwtjes in handen zijn van 9th Wonder en Khrysis, producers waarmee Rapsody al een lange tijd samenwerkt. Zij leveren een ondergrond die alle kanten opschiet, maar toch altijd de soul overeind houdt; 90’s R&B, G-funk, niets is te gek. Als je het al ergens mee moet vergeleken ziet Rapsody stilistisch ergens tussen Little Brother en Lauryn Hill, zonder hen ook maar een seconde na te willen doen of gedateerd te klinken.

Maar met haar vocal delivery overtuigt ze nog het allermeest: ze past haar stem, de kadans van haar woorden en delivery aan op de muziek, om gestalte te geven aan verschillende karakters. Zo verandert ze midden in de veertien tracks tellende plaat in een jongvolwassen meid die haar ongelukkige dood nadert door ganggeweld én de moeder van datzelfde meisje. Heftig? Ja. Maar mooi vooral.

Gelukkig is het niet alleen maar zware kost, want op bijvoorbeeld Chrome en OooWee laat ze de touwtjes wat meer vieren om gewoon te laten horen hoe flex ze kan rappen. En dat is behoorlijk goed. Eigenlijk wel weer fris om een album te horen waarvan je niet per sé de singles zou bewaren in je playlist, Laila’s Wisdom is simpelweg als album vele malen krachtiger dan als losse tracks. Ze is niet één van de beste vrouwelijke rappers, ze is gewoon één van de beste rappers van 2017, period. — Bowie

Meer Achtergronden