De kou heeft officieel zijn intrede gedaan in Nederland, maar gelukkig hebben we een wekelijks item om onze handen aan te branden: Los van de Hype: De Hiphop 100! Een hele lange lijst vol alternatieve hiphoptracks van de Lage Landen.

Nu hiphop al jaren het populairste genre van de Lage Landen is en het supersterren binnen de taalgrenzen heeft voortgebracht, acht maker Sjaak Oostenrijk het tijd voor wat tegenwicht. Want een canon met Def Rhymz, Lange Frans & Baas B en Boef lijkt me voor veel niet-nonchalante hiphopliefhebbers onverteerbaar. Populariteit is een pover canoniseringcriterium. Daarom deze lijst van honderd Nederlandstalige raptracks, waarbij de omvang van het succes -zo goed en kwaad als het gaat- buiten beschouwing is gelaten. Natuurlijk staan er gigantische hits in, maar dan simpelweg om de inherente kwaliteit die de maker erin meent te herkennen. Tegelijkertijd staan er nummers in die nooit ook maar redelijke aandacht hebben gegenereerd. Geniet van de op één-na-laatste batch tracks!

20. Kiddo Cee, Gikkels, M.O. & Brakko, Dret & Krulle en MC Fit – Bijlmerstyle Anthem
De Bijlmer, lange tijd de armste wijk van Amsterdam en het gebied in Nederland met de hoogste concentratie Surinamers, is opvallend sterk vertegenwoordigd binnen de Nederlandstalige hiphop. Naast de zeven artiesten op dit nummer zijn uit deze lijst ook Spookrijders, Zwart Licht, Mocromaniac en SoulTrash afkomstig uit dit deel van ‘Zuid-Oost’. Ook Hef woonde als kind in een tijdlang in de Bijlmer. Daarnaast bracht de buurt andere bekende rapacts als Skinto, Green Gang, SMIB, Woordvoerders, Whitedogg en SBMG voort. Een hiphoplijflied voor dit deel van Amsterdam is dus een weinig verrassend verschijnsel. Gelukkig is deze track daar muzikaal niet minder door. Integendeel. Het is een schijf met een overweldigende beat die klinkt alsof een luchtalarm in slow motion een intergalactische veldslag aankondigt. De MC’s blijken er bovendien alle zeven wel raad mee te weten. Vooral de bijdragen van Kiddo Cee, Krulle en M.O. zijn uitstekend, met rijke rijmschema’s en aardige tot voortreffelijke teksten.

19. Zo Moeilijk – Kleermaker
We gaan nog eenmaal terug naar Zo Moeilijk, het Nijmeegse drietal met de ongezond smerige beats, de abstracte raps vol taalcreativiteit en de gortdroge humor. In dit nummer vertellen Nosa en Rosco hoe superieur ze zijn en alles ‘naar de klere’ laten gaan wanneer er aan hen getoornd wordt. De heren nemen de verantwoordelijkheid om de Nederlandstalige scene netjes aan te kleden, ook al zijn zijzelf in tegenstelling tot de meesten klaarblijkelijk heel ‘flex’ in hun adamskostuum. Intentioneel onnozele opschepperij als deze laatste mededeling heeft me vaak doen gniffelen bij Zo Moeilijk-tracks, en werkt aangenaam relativerend. De waarschuwing voorafgaand aan de videoclip dat beeld en geluid synchroon kunnen lopen, is hiermee overigens volkomen in lijn, evenals de geestig simplistische slagzin ‘Zo Moeilijk dissen is fokking dom’. Toch is het niet alleen vanwege de humor dat Kleermaker in mijn optiek zo geslaagd is. Alles valt op z’n plaats in dit nummer: naast het komische gehalte bevat het namelijk goede flows, vermakelijk taalspel zoals Rosco’s overfanatieke t-deletie -zes jaar voor de ‘put some respek on my name’-meme, een toffe productie klinkend naar een betonboor aan de autotune en een dijk van een outro. Het is voor mij een onweerstaanbaar geheel. Voor degenen die dat niet begrijpen: ‘je denkt klein als een 101 Barz-kijker. There, said it. Come and get it.’

18. Boef en de Gelogeerde Aap – Vind Ons
Tijd voor meer van de toegankelijke avant-garde-hiphop van Boef en de Gelogeerde Aap. Muziek balanceert altijd tussen kunst en vermaak, sommige muziek schiet onmiskenbaar door naar één kant. De meest briljante muziek vormt naar mijn mening een symbiose tussen deze twee uiteinden. En wat Nederlandstalige hiphop betreft, zijn daar weinig geslaagdere voorbeelden van dan Vind Ons. De bijzonder dansbare drum-‘n-bassachtige productie van Boef wordt door De Gelogeerde Aap op heerlijk eigenzinnige wijze voorzien van opsommerige dichterlijke teksten: een poëtische tactiek om het ontoegankelijke wat behapbaarder te maken. Door zinnen als “blinde bedienden dragen urnen vol tranen die gelaten zijn” af te wisselen met abstractere uitingen, tekent zich op esthetisch uiterst verantwoorde wijze een wonderlijk scenario af. Het is een poli-interpretabele wirwar van schoonheid waartussen je vruchtbaar naar allerhande betekenis kunt zoeken. Dat is dan ook precies waartoe Aap de luisteraar oproept in het refrein. Wanneer je eraan beantwoordt, zul je merken dat je vervreemding en verwondering gedragen worden door de comfortabelste klanken; dit is kunst en vermaak ineen. https://www.youtube.com/watch?v=aWa2dAEV5UQ

17. D-Double – Intro
Op wat voor manier dit nummer een introductie is, weet volgens mij niemand. Tekstueel valt er alleszins geen inleidende thematiek in te bespeuren; D-Double rapt tenslotte zoals bijna altijd enigszins onsamenhangend over zijn –veelal illegale- bezigheden. Wel kan ik me indenken dat deze track door de bedeesde, ietwat ingehouden aandoende productie een geschikte albumopener kan vormen. Als voorbode op wat harder werk. Nu had ik niet snel verwacht een dergelijke minimalistische boombapbeat bij de Vlissingse rapper aan te treffen, maar in de ruimte die de eenvoudige doch continu spannende pianomelodie overlaat, komt de winnaar van The Next MC 2012 heerlijk uit de verf. Zijn twee voornaamste kwaliteiten: z’n tomeloze bravoure en z’n daverende timing, krijgen over de gematigd ondersteunde akkoorden alle ruimte om te schitteren. Het resulteert in pure hiphop. Of specifieker: een lichtelijk guur maar swingend nummer waarin de nadruk ligt op de raps. Raps bestaande uit feilloos op de beat gezweepte versregels vol swagger. Het maakt dit tot één van de allersterkste Nederlandstalige raptracks van 2017.

16. Opgezwolle – Hardcore Rap
Door naar de volgende banger. Dit is zonder twijfel één van de hardst klappende beats in deze lijst. Delics hoogritmische productie wekt de indruk dat een complete concertbak vol contrabassen boos op je is en curieus genoeg bevalt mij dat ontzettend. De speelse, zeer vloeiende en puik getimede raps van Sticks en Rico, die elkaar bovendien steeds op fenomenale wijze afwisselen, leiden in samenspel met de instrumentatie tot een topnummer. Inhoudelijk gaat het weliswaar nergens over, maar deze track is precies wat hij pretendeert te zijn: hardcore rap, op de meest treffend mogelijke manier.

15. StropStrikkers – De Pit
Oppervlakkig bezien is dit een nummer dat optredens van StropStrikkers van een extra energie-impuls moest voorzien: ik zie een massa concertgangers al bruut tegen elkaar aanspringen in navolging van de agressieve oproepen van J.A.E. en Skafalau. Toch is dit nummer veel meer dan alleen een middel om wat publieksparticipatie uit te lokken. De twee MC’s van de Utrechtse formatie willen namelijk een pit zien in heel de Nederlandstalige scene. Ze willen dat hun muziek reuring brengt en mensen overrompelt. Hun sinistere boombap moet heel de atmosfeer doen veranderen. Deze track is een fel doch impliciet pleidooi voor een tabula rasa-light, waarbij de driftige maar soepele versregels superieur ondersteund worden door de guur slepende, epische beat van KlaasVaak. Deze productie is de auditieve versie van het ellebogenwerk dat StropStrikkers bereid was te verzetten om de game te veranderen. Dit is snoeiharde hiphop van de vurigste soort.

14. Typhoon ft. Neske Beks – Sprokkeldagen
Een jaar voordat Diggy Dex een fikse hit scoorde met de Vlaamse zangeres Eva de Roovere, had Typhoon al een –beduidend minder poppy- nummer uitgebracht met een vocaliste uit het zuiden van ons taalgebied. En wat voor een nummer: Sprokkeldagen is een poëtisch en sfeervol hoogtepunt in de Nederlandstalige hiphop. Over een emotionerende, ingehouden productie zet Ty net als op Zo Niet Mij zijn vertwijfelde overpeinzingen om in prachtige taalkunst. Hij rapt allereerst over zijn verwarring, moedeloosheid, onzekerheid en onrust als jongeman die zijn plaats in de maatschappij nog lang niet gevonden lijkt te hebben, en doet dat in veelal connotatieve bewoordingen die even verstrooid zijn als de gevoelens waar hij zich op baseert. Het is een uitermate krachtig samenvallen. Vervolgens weidt Typhoon uit over zijn moeite met overvloed, met het temperen van verlangens. Zijn algehele gebrek aan bestemdheid leidt, zo blijkt ook uit zijn abstracte teksten, incidenteel tot een gewaarwording van twee personificaties van hemzelf. Een daarvan is Typhoon als dokter-annex-gids, de ander is de hulpbehoevende pendant. De eerste blijkt een teleurstellende kwakzalver te zijn, waardoor de tweede verloren blijft lopen. Hij kan zichzelf niet helpen, zijn evidente veelbelovendheid ten spijt. Neske Beks lijkt de Zwolse taalvirtuoos ondanks alle diffuse bewoordingen perfect te snappen. Impliciet raadt zij haar dolende medeartiest aan om wat meer lak te hebben aan de rest van de wereld en meer te vertrouwen op het lot, minder te mijmeren: “als ge uwen weg niet vindt, maakt uwen middelvinger nat, en de wind, geloof mij, de wind zal zeggen waar dat gij heen wilt.” Navigeren op het lastige, door er vanaf te rollen. De judotactiek. Aan het einde van de track willigt Typhoon haar advies in. “Zonder jullie was ik ergens,” roept hij, en besluit vervolgens de belofte na te jagen van de wind die hij voelde: blijkbaar is hij een hoge boom. Een hoge boom moet zich niet gek laten maken door de bovengemiddelde hoeveelheid wind waarmee hij geconfronteerd wordt. Hij moet het wiegen als spel zien en de energie in zijn voordeel benutten, bijvoorbeeld bij de verspreiding van zaden. Dat Typhoon hier aan het eind van dit nummer in slaagt, en zo zijn sprokkeldagen achter zich laat, is tekenend; anders was dit huzarenstukje er hoogstwaarschijnlijk nooit gekomen.

13. M.O. & Brakko – Hoek Op
Dat M.O. & Brakko tweemaal langskomen in deze top 100 en beide notities in de top 20 staan, is veelzeggend. Jarenlang stond het duo uit Amsterdam Zuid-Oost immers hoog aangeschreven bij fijnproevers. Voor concious rap met een licht anachronistisch boombapgeluid was M.O. & Brakko dé uitgelezen hiphopact in het Nederlands taalgebied. Alle twee de MC’s brachten steevast doordachte teksten met verzorgde flows en een aangenaam stemgebruik. Bij M.O. sprong daarbij vooral de inhoud in het oog, bij Brakko lag de nadruk op zijn vloeiende delivery. Zo vormden de rappers een vanzelfsprekend klinkend duo dat in een track echter nooit te veel van hetzelfde aanleverde. Hoek Op, van hun tweede album, is naar mijn mening het fijnste voorbeeld van wat M.O. & Brakko te bieden hadden, niet in de laatste plaats door de sfeervolle, gevarieerde en desondanks rauwe beat van Raven Bros. Heerlijk nummer. Overigens is de plaat vol remixes van M.O & Brakko-tracks die Raven Bros. in 2009 uitbracht misschien nog meer de moeite waard dan de oorspronkelijke albums. Nadat M.O., destijds afgetekend één van mijn favoriete Nederlandstalige MC’s, in 2009 besloot zich niet meer als artiest te willen profileren, zou het ook spoedig stil worden rondom Brakko Trixxx. Wel is laatstgenoemde als jongerenwerken nog veel met hiphop bezig. Ik ben ervan overtuigd dat zijn muziek de jongere generatie waar hij mee werkt, kan inspireren. Zowel muzikaal als inhoudelijk.

12. MutiaraTEC – Liegebeest
Het lijkt me vrij wrang om als kliek met een voorstelnummer meteen je publicitaire hoogtepunt te bereiken. Dit gebeurde met MutiaraTEC, een formatie uit Doesburg en Ede die met Profielschets gelukkig wel een erg indrukwekkende entree in de vaderlandse rapgame maakte. Het is een track met een beat die klinkt alsof een blazersorkest een race op leven of dood tussen twee bulldozers naspeelt en bevat een ijzersterk aanvangsvers van L’Empereur. Toch heeft MutiaraTEC zich later nog flink weten te ontwikkelen. Met name producer-MC Drexx ontpopte zich als groot creatief talent met steevast keiharde en dikwijls zeer spitsvondige producties en raps met schatrijke rijmstructuren. Hoe hij op Liegebeest van wal steekt, is ronduit fenomenaal. De groep werd vervolledigd door de altijd aangenaam flegmatiek klinkende Luidje en veteraan Rogero, die zijn onorthodoxe flows compenseerde met een verkwikkende agressie. Een verscheidenheid aan raps is altijd interessant, en op dit bonusnummer van MutiaraTEC’s tweede plaat, DodeHoek 2, wordt de posse ter vervolmaking ondersteund door een imposante doch sierlijke muur van geluid. Hoe bij het refrein een soort zingende zaag als extra bas fungeert, tekent de inventiviteit van MutiaraTEC. DodeHoek2 is één van de beste Nederlandstalige hiphopalbums ooit, maar curieus genoeg grotendeels vergeten. Ook de EP Waakzaam in samenwerking met Arnhemmer S.I.D., waarop Drexx de knoppen nog vindingrijker afstelde, is een gigantische aanrader. Sinds die schijf is er onder de vlag van MutiaraTEC evenwel niets meer verschenen, hoewel L’Empereur in 2015 nog een soloalbum vol weldoordachte teksten in strakke flows uitbracht. Hopelijk laten hij en ook zeker Drexx nog eens van zich horen.

11. Fresku – Twijfel
De zware emotionele thematiek van dit nummer -Fresku’s moeilijke jeugd, zijn vergaande onzekerheid en financiële stress- is natuurlijk bij uitstek geschikt voor een aangrijpende track. Tenminste, mits al te grote cliché’s vermeden worden en de MC retorisch sterk genoeg is. En of Fresku dat is! De manier waarop de Eindhovense halve Antilliaan deze gevoelsbom hier ontmantelt, is eenvoudigweg briljant. Fresku houdt de luisteraar volledig in z’n greep wanneer ‘ie op sarcastische toon z’n zelfbedrog uiteenzet, alvorens daar gefrustreerd uit te ontwaken, waarna hij ogenschijnlijk onbeschroomd zijn grootste en persoonlijkste kwetsbaarheden blootgeeft. Een regel als “Je bent wat je eet; sommige dagen eet ik niks” is extreem effectief in z’n bondigheid. Ondersteund door een groots gejammer dat als auditief angstzweet uit Teemongs instrumentatie sijpelt, schakelt Frisse na drie minuten opeens nóg een tandje bij met een extra strak rijmschema en een nog getormenteerder stemgeluid. Het is een ongekende opbouw richting een ultieme gekweldheid. Vermoeid door zijn eigen paniek weet Fresku aan het einde gelukkig toch te berusten: dit soort wanhoop borrelt bij momenten op, is niet persistent. De twijfel die eraan ten grondslag ligt, vooral die aan hemzelf, identificeert ‘ie niettemin als z’n grootste struikelblok. Twijfel is wat tussen hem en succes in staat. Of de rapper die net zo goed cabaretier had kunnen worden sinds 2009 daadwerkelijk veel minder is gaan twijfelen, is mij een raadsel. Zo niet, dan is zijn latere succes alsook deze track van een imponerende ironie: Twijfel betekende Fresku’s definitieve doorbraak. Zijn naam als grootmeester van de pathos in de Nederlandstalige game was voorgoed gevestigd.

Volgende week is de ontknoping en zie je de top-10 van deze wekelijkse serie!

Meer Achtergronden