Als één van de meest uitzinnige karakters in de underground rapscene, raakte hij totaal uitgekeken op zijn eigen tracks. De memoires die hij schreef over zijn jaren als rapper rondden de boel mooi af, maar net toen hij dacht klaar te zijn met zijn muzikale carrière, kroop het bloed waar het niet gaan kan. Door zichzelf opnieuw uit te vinden als funkdrummer, sessiemuzikant en maker van sample kits, is J-Zone weer helemaal terug.

J-Zone
Foto: Alan Rand

Verwacht van J-Zone vooral niet dat hij zwelgt in nostalgie. Als er één ding is dat na een gesprek van anderhalf uur wel duidelijk is, is het dat hij net zo trots is op al zijn voorgaande werk, als blij dat het achter de rug is. “Veel mensen gingen naar high school of college terwijl ze naar mijn muziek luisterden”, zegt hij. “Die liepen rond, meiden te bangen en wiet te roken in hun auto, en mijn muziek was daar de soundtrack bij! Dat voelt geweldig, dat ik de soundtrack bij zoveel lol in hun leven was. Nu zijn ze in de dertig, hebben ze een klotebaan, een slecht huwelijk of irritante kinderen… wat het ook is; ze willen niet meer in het heden leven. En dan krijg ik DM’s waarin ze vragen ‘Yo, waarom ga je niet terug naar de oude J-Zone?’” Zijn antwoord: “Dat werkt niet zo.”

J-Zone is een levendig prater. Het type dat je meteen het gevoel geeft dat je hem al heel je leven kent, ook al ben je aan het Skypen vanaf de andere kant van de oceaan, en dit pas de tweede keer is dat je hem spreekt. Dat komt vooral omdat hij open en enthousiast is, en geïnformeerd over elk onderwerp dat hij aansnijdt. Zeker als het gaat over wat wel en niet werkt. Na een jarenlange reeks van gewaardeerde underground rapplaten, waarop hij een uitvergroot pooierfiguur speelde in een gigantische bontjas, hilarisch politiek-incorrecte shit spittend over vintage samples en knallende drumbreaks, gaf hij er ineens de brui aan als rapper.

J-Zone
Foto: Alan Rand

“Ik was heel serieus bezig met mijn muziek, maar nam mezelf niet serieus als rapper”, vertelt hij over het karakter dat hij speelde. “Mensen zagen mij als een grap. Veel van die bontjas-shit heeft me geen goed gedaan. Maar het is niet mijn schuld dat ze het niet snapten. Als je niet kan horen dat ik serieus met muziek bezig ben wanneer je ernaar luistert, luister je niet naar het werk dat erin zit. Ik heb dat geleerd te accepteren, en ben trots op al mijn shit. Maar ik wil niet in mijn verleden leven.”

Het was 2007 toen hij voor het eerst besloot om te stoppen met rappen. Een beslissing waar hij met gelijke delen humor en openhartigheid over schrijft in zijn boek Root for the Villain: Rap, Bullshit, and a Celebration of Failure. In 2013, twee jaar nadat het boek uitkwam, verraste hij fans met een nieuw rapalbum getiteld Peter Pan Syndrome, en in 2016 volgde hij dat op met Fish-n-Grits. “Toen ik Peter Pan Syndrome maakte, had ik het idee dat veel van de hoofdstukken uit mijn boek ook goed zouden werken als songs”, zo legt hij uit. “Maar ik ben geen zanger. Het voelde natuurlijk om een hiphopalbum te maken. Ik had alleen geen goed gevoel meer bij het zijn van een hiphopartiest, niet in mijn hart. Dus dat was een rare periode.”

“Mensen zagen mij als een grap. (…) Maar het is niet mijn schuld dat ze het niet snapten.”

Zijn boek vormde een slotstuk voor de oude J-Zone, en leidde uiteindelijk naar zijn transformatie tot funkdrummer. “Ik zie het boek als de halftime show van mijn carrière. Ik begon met drummen, precies toen het boek uitkwam.” De twee albums waarop hij terugkeerde als een rapper, zie hij dan ook niet als comeback, maar een tussenstap. “Op die platen speelde ik drums in plaats van ze te samplen, maar ik programmeerde de rest van de beats zoals ik gewend was. Er zaten wel elementen van live instrumentatie in; Pablo [Martin, de andere helft van The Du-Rites -HIJS] speelde gitaar op wat dingen. Ik ging al de kant op van waar ik nu ben, en deed tegelijk dingen zoals ik ze vroeger deed, omdat dat was wat ik me aangeleerd had.”

The Du-Rites

Als je die twee albums achter elkaar luistert, wordt het nog duidelijker in welke richting hij bewoog. Peter Pan Syndrome heeft net als veel eerder werk nog de structuur van een losjes conceptalbum, terwijl Fish-n-Grits meer een verzameling van funky losse onderdelen is. “De halve plaat was instrumentaal. Het drummen was sterker geworden, ik speelde meer toetsen, Pablo speelde gitaar. Je kon aan de rapnummers op Fish-n-Grits wel horen dat ik verschuiven ging”, zo blikt hij terug. “Op elk nummer rap ik over hoe ik rap haat. Elk nummer! ‘Fuck this rap shit.’ Ik had er lol in, maar ik genoot van… rap haten. Dat was raar. Alsof je je diploma van de middelbare school haalt, naar het kantoor van de directeur gaat, en een drol op zijn bureau draait.”

Tijdens de opnames van dat laatste rap album, kwam zijn geliefde oma te overlijden. “Aan het einde van haar leven, vroeg ze of ik gelukkig was, of ik wel genoot. En ik was blij weer muziek te maken, maar het voelde alsof ik dingen deed omdat ik het moest doen. Ik had niet meer de focus die ik in 1998 had, toen ik Music For Tu Madre maakte.”

J-Zone - Music For Tu Madre

De band die hij en zijn oma deelden blijkt ook uit de cover van dat album, waarop ze haar middelvinger opsteekt vol van zero-fucks-given attitude, een sigaar rokend en een 40 oz. drinkend.  “Toen ze overleed had ik het gevoel dat ik heel mijn leven overhoop moest halen. Ik zat in een groep die Superblack heette, met Prince Paul en Sacha Jenkins, en we zouden optreden op SXSW. Dat werd een ramp! Er ging van alles mis, we waren slecht voorbereid, en toen ik het podium opkwam -ik rapte en speelde drums- had ik al bijna tien jaar niet meer als rapper op de planken gestaan. Zo gauw als ik de mic pakte zei ik ‘Nee’. Ik wist meteen dat ik dit niet meer wilde. Mijn hart zat er niet meer in.”

“Als ik de mic had, kon ik mezelf wel door m’n kop schieten.”

Die slechte ervaring bood hem wel een alternatief: “Als ik de mic had, kon ik mezelf wel door m’n kop schieten. Maar vanachter de drums… ik wist wel dat er dingen waren waar ik aan moest werken, maar ik had lol in het live drummen. Ik bedacht me dat als er een zanger voor me gestaan had, of we fatsoenlijk gerepeteerd hadden, de situatie heel anders zou zijn. Dat leerde me dat ik het weer leuk kon vinden om op te treden, maar dan vanaf een drumstoel.” Toen hij thuiskwam belde hij als eerste Pablo Martin op. “We deden al dingen als The Du-Rites, maar dat was meer een tussen-de-bedrijven-door-project. Ik zei hem dat ik het mijn prioriteit wilde geven.”

De J-Zone uit die periode omschrijft hij als een man van twaalf stielen, dertien ongelukken. Beu om overal tegelijk mee bezig te zijn, besloot hij wat ballast onder zijn bezigheden los te laten. “Ik sprak met mezelf af om te focussen op één ding waarmee ik mijn rekeningen betalen kan, één ding waar ik van houd of het geld oplevert of niet, en één ding dat een hobby is. Muziek componeren betaalt de rekeningen, drummen is mijn passie of het nou betaald of niet, en schrijven zit zo diep in me, dat doe ik nog steeds als ik 90 ben en in een bejaardenhuis zit.”

J-Zone

Het focussen van zijn passies leverde al snel resultaat op. “Ik liet dingen los, en zodra ik dat deed, werd ik beter in wat ik wel bleef doen”, merkt hij op. “Als je kijkt naar sommige mensen die geweldig zijn in wat ze doen, drummers als Buddy Rich bijvoorbeeld. Of Clyde Stubblefield, of Bernard Purdie. Die deden niks anders dan drummen.”

“Als je kijkt naar sommige mensen die geweldig zijn in wat ze doen (…) Die deden niks anders.”

J-Zone en Pablo Martin brachten hun titelloze debuutalbum als The Du-Rites in oktober van 2016 uit. Opvolger Greasy Listening liet iets minder dan een jaar op zich wachten, en Gamma Ray Jones, de derde plaat, volgde in november van vorig jaar. De productiviteit ligt een stuk hoger dan tijdens J-Zone zijn eerdere semi-comeback, maar Gamma Ray Jones heeft wel iets gemeen met de albums van daarvoor: zijn hang naar conceptalbums is weer helemaal terug.

“Ik was altijd als gek op politieseries uit de 60’s en 70’s. Ik ben opgegroeid met die programma’s”, zo vertelt de man achter het album dat de soundtrack van een ‘vergeten’ TV-programma uit 1972 voorstelt. “Iedereen die mijn oude hiphopspul tof vond hoorde al soundbites uit dat soort programma’s. Dat had twee redenen; ik legde een archief aan van stukjes dialoog om in mijn muziek te samplen, maar ik keek die series ook omdat ik ze oprecht leuk vond. Ik at mijn ontbijt of ruimde de studio op en keek er ondertussen naar. En dan liet de DAT recorder lopen voor samples. Dat was gewoon onderdeel van mijn dagelijkse routine.”

The Du-Rites - Gamma Ray Jones

Zoekend naar een overkoepelend concept voor de derde plaat, kwam hij uit bij die routine. “Ik zat weer zo’n serie te kijken, en die muziek was gewoon zó goed. Dat vond ik vroeger ook al, maar toen maakte ik beats, en zat ik te letten op dingen om te samplen. Ik dacht er niet over na als componist. Nu keek ik in een heel anders licht naar die series. Nu we instrumenten spelen en zelf componeren, zoek ik niet naar samples en soundbites. Nu inspireert het me om nieuwe muziek te schrijven.”

Het resultaat is een veel filmischer geluid. “Er zitten strijkers in, hoe de akkoorden wisselen, de muziek is allemaal geschreven met scenes in het achterhoofd: ‘Dit is waar ze de slechterik achterna zitten in de auto. Dit is waar de junkie wegdut in een steeg. Dit is wanneer ze op zoek zijn naar een verdachte!’”

“Dat kan zomaar een maand hypotheek zijn, als iemand besluit om een stuk te gebruiken.”

The Du-Rites schreven recentelijk de muziek voor een Levi’s commercial, en J-Zone mixt expres hun platen op een manier die ze aantrekkelijk maakt om te samplen. “Dat kan zomaar een maand hypotheek zijn, als iemand besluit om een stuk te gebruiken. Mijn achtergrond als hiphopproducer komt daarbij goed van pas, daardoor weet ik hoe ze zo te mixen”, vertelt hij. En zijn betrokkenheid bij hiphop houdt daar niet bij op. Zijn drums zijn inmiddels op talloze tracks terecht gekomen, op verschillende, verrassende manieren.

J-Zone - Guerilla Drums

“Begin vorig jaar raakte ik een vaste klus kwijt als DJ. Ik dacht dat geld iedere week op te strijken. En het betaalde goed. Krijg ik eens een telefoontje: ‘je hebt nog één keer, en daarna is het over’. Ik zou net een operatie ondergaan, waardoor ik vier maanden uit de running zou zijn. Dus ik raakte in paniek. Ik maakte Guerrilla Drums, om maar wat geld binnen te krijgen. In twaalf dagen nam ik het op. 24 breaks op dubbel 7” vinyl.”

Hij liet er 500 stuks van persen, die hij via Bandcamp verkocht. “Op dat punt wilde ik drums spelen op songs. Variaties spelen, en hele nummers lang drummen. Ik ga geen loop van een breakbeat voor mijn eigen muziek gebruiken. Dus voor mij, als ik een breakbeat speel, is het niet zo van ‘Ah, dat had ik op mijn eigen plaat kunnen gebruiken!’” Zijn ervaring als beatmaker zorgde er wel voor dat hij precies weet wat voor soort breaks producers zoals hij was zoeken. Daarom bracht hij zijn twee dozijn aan breaks royalty-vrij uit, en vraagt hij alleen om een plekje in de credits van een track.

“Indie rap artiesten hebben helemaal geen geld om een sample te clearen. (…) Wat moet ik doen dan? Iemand aanklagen om 50 piek?”

Guerrilla Drums verkocht in een paar maanden uit, waardoor hij op een voor hem onbekend gat in de markt stuitte. Natuurlijk bestaat er de kans dat iemand een hit met zijn drums maakt, maar J-Zone is daar niet zo mee bezig. “Als je er een plaat mee maakt die een verrekte Grammy en tonnen aan geld binnensleept, ja, dan zou het wel vriendelijk zijn als je mij ook wat betaalt. Geef me een beetje publishing, of een schrijvers-credit. Maar mensen die tracks op Soundcloud zetten, 200 cassettes of 500 CD’s van hun hiphopproject persen? Ik weet hoe dat is! Ik was zelf een indie rapartiest. Die hebben helemaal geen geld om een sample te clearen. Ik ga niet achter iets aanjagen dat er niet is. Wat moet ik doen dan? Iemand aanklagen om 50 piek?”

“Ik hoef geen royalties. Ik wil gewoon de credit”, zo zegt de voormalig rapper/producer vastbesloten. “Ik wil werken als drummer en zo mijn naam verspreiden. Dus hoe meer mensen mij samplen, hoe beter. Dat kan er alleen maar toe leiden dat iemand zegt ‘hé!’… Wat precies is wat er gebeurde. Ik heb uiteindelijk werk gedaan voor Alchemist, Danger Mouse, Marco Polo. Voor die gasten speel ik allemaal persoonlijke breaks in. En dat is allemaal begonnen met die breaks-platen.”

“Ik ga deze kant op, misschien geeft niemand er een ruk voor.”

En zo is de man die ooit bekend stond om typetjes in bontjassen en inventief samplen, componist en sessiedrummer geworden. “Ik stel me erop in dat mensen dat niet verwachten”, zegt hij. “Veel mensen vinden het dope, maar veel hebben ook zoiets van ‘Yo man, Old Maid Billionaires!’ Dan denk ik ‘Damn, dat was twintig jaar geleden’. Muzikanten willen vooruit bewegen.”

J-Zone heeft dat in elk geval gedaan. En door zelf een bron van samples te worden, is de cirkel gaandeweg weer rond geworden. “Ik moest die gok wel wagen. Ik ga deze kant op, misschien geeft niemand er een ruk voor. Maar dat is onderdeel van de weg die je aflegt, en deel van de fun.”

The Du-Rites hebben vorige week de single ‘Neckbones’ uitgebracht, van hun eerste live-album ‘Soundcheck at 6’, dat in september verschijnt. De single, inclusief B-kant ‘Gittin’ Sound’, luister je hieronder.

Meer Achtergronden, Interviews