Crate diggen. Het is een hobby van veel oudgedienden onder de beatmakers. In je favoriete platenwinkel vragen of je de kelder of het magazijn in mag, om daar tussen de meest obscure platen een juweel te vinden. Eenmaal onder de naald blijf je de plaat maar ’terughalen’, omdat je wellicht een parel van een loop hebt gevonden. Ook producer Buckwild, onderdeel van de welgerespecteerde D.I.T.C.-crew, is van de oude stempel. Dit keer leende het Italiaanse label Tuff Kong Records haar kratten aan de producer. Hij zocht a capella’s uit de catalogus van het label, die hij zou gaan voorzien van nieuwe beats. Zo geschiedde, en Diggin’ In The Tuff Kong Crates is een feit.

Met tijdloze bangers als I Got A Story To Tell en Whoa!, respectievelijk van wijlen Biggie en Black Rob, onder de arm weten we dat Buckwild het in zijn mars heeft om hiphop-klassiekers te produceren. Zijn naam komt voor in de boekjes van albums als The Documentary van The Game, The Greatest Story Never Told van Saigon en R.A. The Rugged Man’s Legends Never Die.

Parallel aan het uitbrengen van originele tracks, werd hij ook een veelgevraagd remixer. Al sinds de jaren negentig herbewerkte hij nummers, van onder meer legendarische acts als Beastie Boys en Funkdoobiest. Dito mc’s waaronder Kool G Rap, Tha Alkaholiks en Pharoahe Monch kregen ook allemaal al eens zijn remix-behandeling. In 2015 verscheen nog een D.I.T.C.-remixalbum waarop hij zelf uiteraard niet mocht ontbreken. Tevens is er een dubbel-cd uitgegeven met een hele hoop van zijn zeldzame tracks en remixes van tussen ’93 en ’97. Vaak verschenen ze aanvankelijk als b-kant op vinylsingles van de uitvoerende artiesten zelf.

De liefde voor het zwarte goud verdween nooit bij Buckwild. De laatste jaren bouwde hij daarom stevig aan een connectie in Europa, namelijk met uitgeverij Tuff Kong Records. In 2020 verscheen daar bijvoorbeeld zijn album Music Is My Religion op vinyl, waarop onder meer Ransom, Flee Lord en Hus Kingpin meedoen. Na een aantal jaar de rol van distributeur en uitgever op zich te hebben genomen, besloten ze bij Tuff Kong om een diepgaandere samenwerking aan te gaan. En dus gaven ze Buckwild de sleutel van het archief.

Daarvoor moeten we naar Rome. Producer Cuns is samen met vriend Domenico tweemans in het runnen van Tuff Kong. Het label ontstond vanuit twee behoeften. De eerste was van praktische aard; voor zijn eigen EP met Conway begon bij Cuns het idee te leven om het op vinyl uit te brengen. “De andere was iets etherischer. Dat waarschijnlijk noch ik, noch Domenico, dit project als iets vastomlijnds zagen. We wilden gewoon doen wat we wilden doen”, vertelt hij tegen het Italiaanse magazine Throwup. “We zijn sinds jonge leeftijd hiphop- en vinylfans.”

Met die woorden onderstreept de producer/ondernemer het passieproject dat Tuff Kong is. Inmiddels is Tuff Kong Records, zeker wat drukken en distribueren betreft, een van de household-names geworden binnen de underground rap. Niet alleen Italiaanse acts weten hen te vinden, maar ook Amerikaanse. Binnenkort valt bijvoorbeeld hun Europese persing van Lloyd Banks’ laatste album COTI in de bus bij mensen die het besteld hebben, na ook samengewerkt te hebben met bijvoorbeeld Alchemist en Evidence.

Terug naar Diggin’ In The Tuff Kong Crates. Buckwild kwam het archief uit met a capella-versies van coupletten van onder meer CRIMEAPPLE, Conway The Machine, Guilty Simpson en Meyhem Lauren. Van eerstgenoemde neemt hij bijvoorbeeld Colpa Di Dio uit 2018, dat afkomstig is van Salud Y Plata. De rapper uit New Jersey, die al een aantal cultklassiekers op zijn naam heeft staan, maakte het met – je raadt het al – Cuns.

Buckwild heeft er het hele bombastische onderstel onderuit geschroefd. Van een ‘drum heavy’ (lees: open- en dichtslaande hi-hats en een fikse kick) productie naar een track die draait om de raps. De baslijn is er als ondersteuning, wat andere hoge geluiden zijn toegevoegd als opvulmateriaal. De woorden komen nu steviger binnen. Zo verandert de producer uit New York de hele dynamiek van een song, door de essentie van hiphop te benadrukken; de boodschap.

De meeste van de OG-versies van de nummers zijn door de Italiaanse Cuns geproduceerd. Ook aan diens connectie met Queensbridge wordt gesleuteld. Buckwild zet namelijk vier spookachtige pianotonen en een verknipte strijkerspartij onder vrij basic drums. Om vervolgens Big Twins eroverheen te laten spitten. Dat klinkt saai en makkelijk, maar Buckwild weet het op de een of andere manier buiten het remix-denkkader te plaatsen. Hetzelfde geldt voor de coupletten van Conway op Torch, die veel meer ademruimte lijken te krijgen dan in het origineel, zonder afbreuk te doen aan datzelfde origineel. Uiteraard mag ook zijn oude D.I.T.C.-maatje AG niet ontbreken. Zijn verse wordt onder een moody stemsample gemonteerd.

Er zijn niet enkel oude raps te horen op Diggin’ In The Tuff Kong Crates. Buckwild laat zowaar een compleet nieuwe track los. Introtrack Drop Kick is een samenwerking met Boldy James en Soll Badd. Boldy-fans zullen smullen, zeker omdat hij na de sterke run met Alchemist de microfoon niet lang onaangeraakt laat en we een vintage Boldy horen. Het maakt van ‘D.I.T.T.K.C.’ niet enkel een remix-project maar ook een veelbelovende stap richting nieuw compleet eigen werk van Buckwild. Het zou geen schande zijn als dat óók op Tuff Kong zou verschijnen. Helemaal niet als hij daarop samenwerkt met een paar mc’s die hij nu heeft mogen remixen. De eerste stenen voor de brug tussen zijn generatie en die van gasten als CRIMEAPPLE en Daniel Son zijn ten slotte toch al gelegd. Hint, hint.

Streamen doe je hieronder. Maar alleen met deze hoes zou je ook kunnen overwegen om de Italiaanse movement te supporten en het vinyl te bestellen.

Meer Achtergronden, Releases, Reviews