Zaterdagavond staat Jonwayne in het Rotterdamse BIRD. Verrassend wellicht voor de mensen die hem al langer volgen, want de voormalig Stones Throw-rapper was toch gestopt? Dat leek tenminste het geval te zijn op zijn voorlaatste release, de EP Jonwayne is Retired. De release van die plaat werd vergezeld door een persbericht dat de wereld verzekerde dat het hier geen grap betrof:

“Hij maakt geen beats meer. Hij rapt niet. Hij schrijft geen teksten. Er komt geen slimme overpeinzing. Geen nieuw zinsbuigingen; geen gevatte praatjes. Je brein gaat geen moeite doen het bij te hebben. Jonwayne Is Retired.”

Jonwayne was altijd al behoorlijk zwaar op de hand. Met zijn diepe bariton koppelde hij scherp verwoord getob aan onderkoelde pianomelodieën of vervreemdende samples uit games en cartoons. Dat deed hij al op de cassettetrilogie en zijn debuutplaat Rap Album One, allemaal uitgebracht via het vermaarde indie-label Stones Throw. Maar dit pensioen leek meer dan simpelweg een zwaarmoedige bui, hij is er nooit de artiest naar geweest zoiets voor effectbejag of een conceptueel project te doen. In zijn werk leek hij hardop zijn gedachten vorm te geven, zelfs wanneer dat in metaforen gebeurde. Dat Jonwayne gewoon niet anders kon dan eerlijk zijn, was altijd juist zijn grote kracht. Bovendien verdween hij bij de release van de afscheidsplaat ook nog eens van het lijstje artiesten op de Stones Throw-website. Nee, dit was niet een artiest die speelde met de gedachte iets anders te doen om later nog terug te komen “wearing the four-five”. Jonwayne was retired.

En nu is hij terug. Rap Album Two werd twee weken geleden uitgebracht door Authors Recording Company, zijn eigen label. Die eerlijkheid vloeit nog steeds bijna oncontroleerbaar uit hem, en grijpt vanaf de eerste track bij de strot. “I open up a vein and let a river run through it / You call it music. That’s close enough” rapt hij daarin. Hij is nog steeds geen vrolijke Frans, maar Jonwayne klinkt gedreven, verre van een man die opgegeven heeft. Hij klinkt juist alsof hij iets heeft hervonden. Wat het dan precies was dat zijn leven als rapper zo moeilijk maakte openbaart zich vervolgens stapsgewijs naarmate de plaat vordert.

Jonwayne heeft nooit onder stoelen of banken gestoken geïnspireerd te zijn door Charles Bukowski, één van de populairste tracks in zijn cassettetrilogie was naar de schrijver vernoemd. Net als Bukowski komt hij uit LA, en laat hij zijn gedachten op de vrije loop in zijn werk. Gedachten die vaak een grauwe kant van hun zonnige stad laten zien. Het LA van Bukowski en Jonwayne heeft meer gemeen met dat uit de oude film noir, waarin de regen onverwacht met bakken uit de lucht komt vallen en je jezelf zomaar verliezen kan. “Pre-apocalyptic L.A everyday” rapt Jonwayne in Out Of Sight, dezelfde track waarin hij blijk geeft nog een thematische overlap te hebben met de schrijver: “Little did I know the cognac was keeping me from growing up / And my fear of flying keeping me from going up”.

Bukowski was een alcoholist, en Jonwayne bestreed zijn extreme vliegangst door zich klem te zuipen. Door zijn toenemende populariteit als rapper moest hij steeds meer vliegen en daardoor kwam hij in een ijzingwekkend zelfdestructieve spiraal terecht. Hij vervreemde van vrienden en familie, maar durfde ook niet te stoppen en om hulp te vragen, nu hij zo dichtbij het realiseren van de droom van een rapcarrière was. Sleuteltrack van de plaat is dan ook het prachtige Afraid Of Us, waarin hij zijn angst in de outro onder woorden brengt:

Yo, look at these people
Counting on me when I can’t even count on myself
Look at these homies
So sure of me when I’m not so sure of myself
I need help / But I’m too damn proud to stop the progress now
I need to slow down
But I need a good friend to come and tell me how

Hoe diep het gat was waarin Jonwayne uiteindelijk viel blijkt uit de track daarna. In Blue Green vertelt hij tot in pijnlijk detail hoe hij zich bijna dood zoop en wakker werd terwijl hij bijna stikte in zijn eigen braaksel. Die bijna-doodervaring zorgde ervoor dat hij eindelijk de hulp aanvaardde die hij zo nodig had. Maar ook dat hij stopte als rapper, hetgeen dat de neerwaartse spiraal indirect in gang had gezet.

Hij dacht er goed aan te doen, maar “alles waar ik heel mijn volwassen leven aan gewerkt had stortte op me in”, schreef hij in een brief aan zijn fans op Facebook. “En in de stilte van het neergedaalde stof, openbaarde zich de ironie om mij op mijn schouder te tikken. Het leek bijna tragisch, het enige waar ik me nog toe kon wenden in dat alles: de muziek.”

Diezelfde conclusie vertolkt hij ook in These Words Are Everything, de schitterende slottrack van de plaat, waarop de zon eindelijk doorbreekt in het werk van Jonwayne (mede dankzij een heerlijke beat van producer Dibia$e). Drie verses vertellen over drie momenten in zijn leven; in 1996, 2006 en 2016, waarin hij zijn liefde voor het schrijven van (rap)teksten vindt. Gelukkig maar dat hij deze in 2016 herwonnen heeft, want Rap Album Two is daardoor het indrukwekkende relaas van de val en wederopstanding van Jonwayne geworden. Een plaat waarop hij zijn hand reikt aan vrienden en familie, aan hen die hij wegduwde, excuses maakt en tegelijk zichzelf aanvaardt, en het therapeutische van het schrijven om het schrijven viert. Een persoonlijke en aangrijpende plaat, waarover hij geen enkel interview wil geven.

Logisch. Rap Album Two zegt alles al. Kom er maar naar luisteren.

Meer Achtergronden, Rotterdam